Posts tonen met het label poecilia domenicensis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poecilia domenicensis. Alle posts tonen

woensdag, november 10, 2010

Xiphophorus maculatus (Gunter,1866).

Xiphophorus maculatus (GÜNTHER, 1866)


Een kleine gedrongen vis met een rechthoekige rugvin. De basiskleur is lichtbruin.
De kleuren en de tekening kunnen sterk variëren en allerlei combinaties zijn mogelijk. Op één locatie komen verschillende kleuren en vormen voor. De verschillende tekeningen en kleuren komen op één locatie gezamenlijk voor, maar de verspreiding is geografisch bepaald en
sommige kenmerken worden maar in enkele populaties aangetroffen. Veel van deze kenmerken zijn beschreven.
Vooral MYRON GORDON en KLAUS KALLMAN hebben hier uitgebreid onderzoek naar gedaan. Zo is de zwarte tekening door hen onderzocht. Het gaat hierbij om de tekening in de
staartwortel (o.a. één of twee vlekken, een zwarte band) of de zwarte tekening op het lichaam (van bijna zwart tot verticale strepen en vlekken). Andere kenmerken die zijn beschreven door verschillende wetenschappers, zijn onder andere: rode rugvin, rood lichaam, gele staart, rode staart, oranje vlek in de staartwortel, rode iris.


Veel van de stammen die in het begin van de jaren tachtig werden gehouden waren
afkomstig uit laboratoria waar een selectie op een aantal kenmerken was toegepast,
waardoor deze visjes identiek leken. De ‘populatie’ van de Río Jamapa zagen er
allen hetzelfde uit met duidelijke kenmerken.
In de natuur zal over het algemeen een zeer gevarieerde groep visjes op één plek voorkomen.
Bij het houden van een groep platy’s van een locatie is het dan ook erg moeilijk om
alle aanwezige kenmerken in de aquariumstam vast te houden. Het is bijna onvermijdelijk dat een aantal kenmerken (kleur, lichaamsgrootte, tekening) op een gegeven moment zullen verdwijnen.

Uiterlijk:
Door selectief te kweken is er een groot aantal vormen ontstaan. Hierbij is ook gebruik gemaakt van het feit dat de platy erg eenvoudig kruist met andere vertegenwoordigers
van het genus Xiphophorus zoals zwaarddragers. Hierdoor zijn allerlei nieuwe kleur- en vinvariëteiten ontstaan.
De vrouwtjes tot ongeveer 5 cm, de mannetjes ongeveer een centimeter kleiner. In sommige populaties komen ook kleinere mannetjes voor die een maximale lengte van 2 cm
bereiken.
De platy is voor het eerst in 1907 in Duitsland ingevoerd en sindsdien niet meer weg te denken, dit is al een indicatie dat het een soort is die goed in het aquarium is te houden. Aan
de waterwaarden worden geen eisen gesteld. De temperatuur is wel van belang en dient minimaal 23°C te bedragen. Van nature houdt de soort zich op tussen de planten en daarom
moet het aquarium de soort voldoende schuilplaatsen bieden.
Het is mogelijk om meerdere volwassen mannetjes in het aquarium te houden, want ze hebben geen uitgesproken territorium.


Een aquarium van 50 cm lengte is voldoende voor een groepje van deze visjes. Dit rustige visje kan goed samen met andere vissen worden gehouden, maar niet met andere soorten uit het
genus Xiphophorus want dan zullen er hybriden ontstaan.
Alle soorten voedsel worden gegeten. Naast het bekende dierlijk voedsel als muggenlarven, mysis enz is af en toe enig plantaardig voedsel noodzakelijk.
Droogvoer van een goede kwaliteit is een uitstekend basisvoedsel.
Bij de balts beweegt het mannetje zich naast het lichaam van het vrouwtje omhoog om het vrouwtje in de goede positie te krijgen. Daarna wordt gepoogd om het vrouwtje te bevruchten. Het vrouwtje kan afhankelijk van haar grootte wel tot 80 jongen werpen, maar meestal is dit aanzienlijk minder.

Grootte, Verzorging en kweek :
minder en ligt het aantal jongen tussen de 15 en 30. Net als andere levendbarende tandkarpers is het vrouwtje in staat om spermapakketjes in haar lichaam op te slaan.
Op deze wijze kan ze van één bevruchting meerdere keren jongen krijgen.
Twintig procent van de platy vrouwtjes krijgt 150 dagen nadat het mannetje is verwijderd
nog jongen (KALLMAN).


Afhankelijk van de temperatuur is de periode tussen twee worpen 24 tot 45 dagen.
Als er voldoende schuilmogelijkheden zijn, zal er van elke worp een groot aantal jongen
in leven blijven en is het niet nodig om de vrouwtjes apart te zetten. De leeftijd waarop de vissen geslachtsrijp zijn, is genetisch bepaald en varieert van 7 tot meer dan 32 weken.
Naast een X- en een Y-sexchromosomen heeft deze soort ook nog een derde sexchromosoom (W). Drie genotypes (WX, WY en XX) worden vrouwtjes en twee (XY en YY) ontwikkelen zich tot mannetjes.

Afhankelijk van het genotype van de ouders kan er dus een erg scheve sexeverdeling bij de jongen ontstaan (KALLMAN).
BASOLO (1990) toonde aan dat platy vrouwtjes een voorkeur hebben voor mannetjes met een zwaard en trok hieruit de conclusie dat de soort een stamvader met een zwaard heeft gehad. Platy’s zijn veel voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt.
Vooral omdat zij zwarte vlekken hebben die bij kruisingen erg donker kunnen zijn. Bij sommige dieren met deze pikzwarte vlekken ontstaat een dodelijke vorm van kanker en een gedeelte overleeft het. Waarom dit zo is, wordt onderzocht>


Geschreven door Leo van der Meer en Kees de Jong.
Foto`s Xiphophorus maculatus Racheria Beunavista ( carival River ) 2009.
Foto`s gemaakt door Leo van der Meer.

maandag, mei 10, 2010

Limia tridens

Limia tridens (Hilgendorf, 1889)



Synoniemen
Poecilia domenicensis (Valenciennes (1846)
Poecilia tridens (Hilgendorf, (1889)
Limia tridens (Hilgendorf, (1889)

Nederlandse naam
Limia tridens

Beschrijving
Cuvier,M & M.A. Valenciennes (1846): Histoire naturelle des poisons. Paris, vol. 18, 505 pp.




Verspreiding
Midden- Amerika: Haïti en de Dominicaanse Republiek

Uiterlijk
Limia tridens is een tamelijk slanke soort die qua lichaamsbouw wel iets weg heeft van een guppy. Als je goed naar de zijkant van het lichaam kijkt hebben ze de, voor limia zo kenmerkende schitterende intensieve staalblauwe weerschijn. De zijden tonen al naar gelang hun gemoedstoestand meer of minder donkere dwars banden. Het vrouwtje is wat forser van bouw, en ook wat donkerder van lichaamskleur, als zij hoog zwanger is wordt zij erg rond van vorm. Het mannetje is over het algemeen wat ranker van bouw, heeft een zilverkleurige of goudgeelachtige kop, dit hangt een beetje af van zijn positie in de groep. Zijn staart is doorzichtig transparant of goudgeel dit hangt ook een beetje af van zijn positie in de groep.
Zijn rugvin is goudachtig geel met een donkere zwarte bovenrand.



Grootte
De Limia tridens mannetjes worden ongeveer 3 cm groot kleiner dan de vrouwtjes, deze kunnen wel 4,5 cm groot worden. De jongen zijn bij hun geboorte ongeveer 6 millimeter lang.

Temperatuur
De temperatuur is bij de Limia tridens echt van levensbelang, als u ze bij een te koude temperatuur houdt zullen uw mooie visjes vroegtijdig heen gaan. De beste temperatuur om dit mooie visje een lang leven te geven is een temperatuur tussen de 24 a 28 graden Celsius.

Verzorging
Limia tridens is een visje, dat zowel paarsgewijs, als in een mooie school gehouden kan worden. Hij is goed te houden in een gezelschapsaquarium, maar ook in een speciaal aquarium zal hij het goed doen. Hij vermeerderd zich erg gemakkelijk, waardoor een wat groter aquaria zeker is aan te raden. De temperatuur tussen 24 en 28 graden is bij dit visje van levensbelang.
Er wordt gezegd over dit visje dat je wat zee zout aan het water moet toevoegen, maar dit heb ik zelf echter nooit gedaan.
Het Amsterdams Ij burg water blijkt rond Ph 7,5 en Kh 8,5 te liggen, dit na nader onderzoek gedaan te hebben.

Limia Tridens houdt zich vooral op in de middelste waterlaag en verschuilt zich graag tussen de planten. Echter bij voedering en als zij zich op hun gemak voelen, zult u ze vaak genoeg voorbij zien zwemmen. De jongen van Limia tridens zwemmen na hun geboorte graag aan de oppervlakte, dus zorgt u er a.u.b voor dat u ook wat drijvende planten in uw aquarium heeft drijven.

Kweek
Het vrouwtje werpt iedere 28 dagen, uiteraard bij een goede verzorging, tussen de 15 a 50 jonge visjes, die bij hun geboorte ongeveer 6 mm groot zijn. De ouders zien de jongen visjes echt als een lekkernij, dus zorgt u er voor dat de jongen zich goed kunnen verschuilen voor hun ouders.
Uiteraard heb ik voor dit stuk ook erg veel resource gedaan, wat mij erg opgevallen is, dat er weinig of geen artikelen over dit mooie visje zijn verschenen. Mij viel wel op in de weinige artikelen, dat het vrouwtje ten hoogste 3 a 4 worpen heeft in haar leven, daarna wordt er geen jong meer uit het vrouwtje geboren. Hierover kan ik mee praten door de stam die ik onder mijn hoede heb. Na 4 keer werpen werd er ook bij mij, uit dit vrouwtje geen jongen meer geboren, terwijl de andere vrouwtjes ijverig door gingen met het werpen van hun kroost.
De geboren jongen zijn in ongeveer 4 maanden ook weer geslachtsrijp, uiteraard bij een goede en nette verzorging.



Voedsel
Dit toch wel drukke visje lust werkelijk alles wat hij tegen komt, zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Het is zeker van belang dat u de visjes gevarieerd voedsel aanbied, de jongen uiteraard ook wat kleiner voedsel, want na hun geboorte zijn het nog maar kleine hummeltjes met een heel klein bekje.

Tot slot
Ik heb dit visje nu al wat maanden onder mijn hoede, tot nu toe lukt mij het aardig om ze te kweken en in leven te houden. Het is naar mijn inzicht ook een visje, dat u redelijk tot gemakkelijk aan het kweken kunt krijgen.
Uiteraard bij een goede verzorging met een gevarieerd dieet, net als het mij gaat lukken de visjes een mooi en lang gelukkig leven te geven. Want hun mooie toch wel drukke manier van voortbestaan is echt een sierraad waar wij erg zuinig mee dienen om te gaan. Mocht u interesse hebben in dit mooie schitterende visje kunt altijd contact op nemen met de werkgroep Poecillia Nederland, uiteraard zullen deze mensen er erg veel aan doen om u verder te helpen.

Literatuur.
Fish base :Rosen, D.E (1967),`new Poeciliid Fisches from Guatemala,with Comments on the Orgings of Some South and Central American Froms`, American Museum Novitates 2303,blz.1-15.
Rosen, D.E (1979),`Revisionary Studies`, Bulletin of the American Museum of Natural History vol 162, blz 276-376
Viogt,W., Scolichthys greenwayi Rosen, 1967, ein kaum bekannter lebengebarender, DGLZ Rundschau 2/1994,blz.31-32


Tekst en foto`s Leo van der Meer