zaterdag, juni 30, 2007

Xiphophorus helleri (koi).

Xiphophorus helleri.(koi).


Eerste beschrijving: Heckel.J.(1848):
Eine neue Gattung von Poecilien mit rochenarigem Anklammerubgs-Orang.
Sitzher. K.Akad.Wiss.Wien.Math.Nat.Cl.vol.1:pp.289-303.



Synoniem:
X.guentheri Jordan & Evermann,1896.
X.jalapae Meek,1902.
X.brevis Regan 1907.
X.rachovii REgan,1907.
X.hellerii guntheri Hubbs,1935.
X,h,helleri Del Campo,1938.
X,h.strigatus De Buen,1940.
X.h.brevis Hubbs&Gordon,1943.




Nederlandse naam:
Zwaarddrager, dit verwijst naar de verlengde staart van deze vis, dat lijkt op een zwaard.
De wetenschappelijke naam van dit visje is Xiphophorus helleri .
Xiphophorus komt uit het Grieks en betekent zwaarddrager.Met deze naam wordt verwezen naar het gonopodium van de mannetjes.
De naam helleri is afkomstig van mr.C.Heller die de eerste visjes naar Duitsland importeerde.

De zwaarddrager is het meest gehouden levendbarende visje in Nederland, naast de Guppy en
het plaatje,en is in zeer veel aquariumwinkels te koop,dit komt omdat hij zich erg makkelijk voortplant en soms wel meer dan 100 jongen ter wereld brengt.
Verder is hij van de groep Xiphophorussen wel de meest bekende, en een zeer geschikt visje
voor een gezelschapsaquarium.
Verder is door veel kweken en selecteren,en een zeer brede basis, van kleuren en vormen erg veel ontwikkeld. Hij is geschikt voor de beginnende aquaria,maar zeker ook voor de gevorderde viskweker, dit komt omdat er steeds weer andere kleuren en vormen ontstaan
en voor de gevorderde kweker een uitdaging is.

Momenteel zijn er erg veel vormen en kleuren ontstaan door selectie kweek, hier wil ik een kleine opsomming van maken:
Lierstaart.
Penseelstaart.
Dubbelstaart.
Simpsonstaart.(hoog opgeheven,brede,waaiervormige rugvin.


Kleuren:
Groene zwaarddrager (natuurlijke kleur).
Rode zwaarddrager .
Hamburger kruising (zwarte kruising vorm van X.maculatus met Xiphophorus).
Koi zwaarddrager.(dit is een zeer mooie en nieuwe kleurmutatie, waarvan het voorste gedeelte en achterste gedeelte rood oranje is, met een witte band in het midden).

Verder bestaan er vormen met een hogere rugvin, gespleten rugvin die uit twee gedeeltes lijkt te bestaan.
Verder bestaan er zeer veel vormen en kleurmutaties, maar om ze alle te benoemen reikt wel erg ver.


Verspreiding:
De wilde vorm van Xiphophorus helleri is wijdverspreid door geheel Mexico, en zwemt hier in zeer vele rivieren.
Vaak worden verschillende Xiphophorus soorten in een rivier aangetroffen, maar in zulke rivieren waar meerdere soorten tegelijker tijd voorkomen, is het wel zo dat het ene soort in de bovenste waterlagen voorkomt, en het andere soort juist in de onderste waterlagen zwemmen.
In de natuur komen kruisingen van verschillende soorten Xiphophorussen weinig voor, dit komt omdat ze in verschillende waterlagen leven, en zo ontstaan er geen of nauwelijks natuurhybride`s.


Uiterlijk:
Deze vissen zijn slank gebouwd,en de mannetjes hebben een zwaardverlenging van hun staartvin,die erg lang kan worden, bij sommige vangplaatsen zelfs meer dan het dubbele van hun lichaamslengte.
De mannen kunnen in sommige gevallen wel 12 cm lang worden en hun vrouwen wel 15 cm.
Bij Xiphophorus helleri komen vroegrijpe en laatrijpe mannen voor, dit betekent dat de vroeg- rijpe mannen klein zijn en zeer jong al een zwaard dragen.
Het grote voordeel hiervan is dat ze sneller de vrouwtjes kunnen bevruchten, echter het nadeel is dat de grotere en hierdoor sterkere mannen later het heft totaal over nemen.
De laatrijpe mannen, dit zijn mannen die pas op latere leeftijd volledig uit zijn gegroeid, en hierdoor groter worden en uiteraard ook sterker zijn.


Verzorging en kweek:
Het beste is dit visje te houden in een zo groot mogelijk aquarium, een aquarium van minimaal 80 cm moet dit zeker zijn.
De maat van het aquarium moet wel zo groot zijn omdat X.helleri een grote vis is.
Het is raadzaam om vooral voorin in het aquarium, genoeg zwemruimte vrij te laten om de zeer mooie balts te kunnen uitvoeren.
Verder heeft het aquarium veel beplanting aan de achterzijde nodig, waar de vele jongen zich kunnen verschuilen voor hun ouders.
De ouders zijn verzot op hun kroost, maar door de beplanting en andere schuil mogelijkheden,
blijven er echter altijd genoeg over.
Het vrouwtje werpt iedere 28 dagen tot wel 100 jongen per keer, maar een gemiddelde van een stuk of 30 komt natuurlijk veel vaker voor.
Deze jongen groeien bij een goede en juiste verzorging in 4 a 5 maanden uit tot volwassen
zwaarddragers, maar de grotere mannen doen er gewoon veel langer over.
Na 1 a 1,5 jaar zijn alle dieren volledig uit gegroeid tot zeer mooie zwaarddragers, die hun pracht en praal aan u kunnen en zullen tonen.
De beste temperatuur in het aquarium ligt tussen de 22 a 25 graden Celsius.


Voeding:
Xiphophorus soorten kunnen niet of nauwelijks gehouden worden zonder diepvries en/of levend voer.
Mocht u uw dieren niet genoeg levend of dv voer geven, zult u zien dat uw zwaarddragers totaal zullen wegkwijnen.
Dit kan uiteraard natuurlijk niet de bedoeling zijn, van het diervriendelijk en bewust omgaan met aquarium vissen.
Als levend en/of diep vries voer is er de laatste jaren erg veel in de handel verkrijgbaar,zelf gebruik ik erg graag rode, witte en of zwarte muggen larven.
Verder Cyclops en of rode watervlooien,artemia, grindelwormen en alles wat voor dit doel beschikbaar is, en gegeven kan worden aan uw aquarium vissen.
Verder is goed droogvoer natuurlijk ook onmisbaar, dit voer is in vele dierenspeciaalzaken voorradig, en hier wordt u met veel zorg en plezier goed op weg geholpen.
De jongen eten het zelfde voedsel als hun ouders, maar dan natuurlijk veel kleiner.
Het beste is om uw zwaarddragers meerdere keren per dag eten te geven, echter zoveel in een keer als binnen 5 minuten opgegeten kan worden.
Dit voorkomt verzuring van etensresten, en u verkomt hiermee zeer veel ziektes bij uw zeer mooie vissen.
Verder is het raadzaam om uw vissen iedere week van schoon water te voorzien, dit moet iedere week ongeveer 20% van het aquariumwater zijn.
Hiermee voorkomt u vele ziektes, en groeien de vele jongen ook gemakkelijker op.
Ook de volwassen vissen voelen zich na iedere waterverversing lekkerder en het voort- kweken gaat u hierdoor beter af.


Literatuur:
M.K. Meyer, L. Wischnath & W. Förster (1985): Lebendgebärende Zierfische. Arten der Welt – Melle: Mergus Verlag.Derek and Pat Lambert Platies and Swordtails:Blandford 1995 ISBN 0 7137 2368 8


Geschreven en gefotografeerd door Leo van der Meer.

zondag, juni 10, 2007

Xiphophorus xiphidium.

Xiphophorus xiphidium Gordon 1932.

Foto boven:een koppel Xiphophorus xiphidium.

Synoniemen:
Platypoecilus xiphidium Meek ,1904.
Platypoecilus maculatus ,1913.
Platypoecilius variatus,1932.
X.variatus Xipidium Rosen,1960.

Nederlandse naam:
In het Nederlands heeft deze soort geen andere naam dan Xiphophorus xiphidium.
Wel wordt Xiphophorus xiphidium vaak zwaardplaty genoemd.
Xiphophorus komt uit het Grieks en betekent zwaarddrager.
Met deze naam wordt verwezen naar het gonopodium van de mannetjes.
Door zijn nogal klein zwaardje, valt deze soort onder de zwaardplaty`s
Xiphidium, hier wordt naar het kleine zwaardje van het mannetje verwezen, dit zwaardje is
erg klein en lijkt een beetje op een naald.
Bij andere zwaarddragers is de lengte van het zwaard, ongeveer 1/3 ten op zichte van het lichaam.
Bij Xiphophorus xiphidium is het zwaard echter veel kleiner.


Foto boven:man two spot X.xiphidium.

Verspreiding:
Dit soort platy` s vallen onder de zuidelijke platy`s.
Xiphophorus xiphidium komt voor in Rio Sota la Marina,Tamaulipas; Mexico.

Hieronder een stukje toegezonden door een Duitse vriend, Mr.Rickling uit Bremen.
De eerste Xiphidium die weer gevangen werd “Twin-spot”, 1978 Dr. Radda & medewerkers in Rio Purfication, Tamaulipas, Mexico.

Één jaar later vingen dezelfden de “0ne spot” in Rio Santa Engracia, een zijrivier van Rio Purfication, Tamaulipas, Mexico.

Tegenwoordig worden enkel noch natuurhybriden ( half moon cresent) van beide soorten gevangen, en alleen maar in de hoofdstroom,
Rio ( Blanco) Soto la Marina, Arroyo Marmeleyos, Sierra San Carlos, 1995 Dr. Schartl.

Daarom; One en Twin spot, zuinig op zijn, zijn niet meer in het wild?

Dit zegt genoeg lijkt mij hoe zuinig je op iets moet zijn,voor je het beseft is alles weg.


Het vrouwtje X.xiphidium.

Uiterlijk:
Mannen ongeveer 30 mm en de vrouwen ongeveer 40 mm.
Het opvallendste kenmerk is het kleine, kleurloze zwaard bij de mannetjes.
De naam Xiphidium verwijst hier immers naar. De zwaardplaty heeft een gedrongen
lichaamsbouw,met een hoge rug, naar mate hij ouder wordt,wordt dit hoger en hoger.
De kop is klein en loopt puntig uit.De grondkleur is van de rug tot de buikzijde olijf-bruin tot zilver-wit.De staartwortel heeft, afhankelijk van het oorspronkelijke vanggebied, een tot twee vlekken (ook wel one of two spot genoemd). De dominante mannetjes hebben 3 tot wel 5 zwarte banden,die verticaal over het lichaam lopen. Deze dominante mannetjes vormen een territorium,waaruit ze andere zwakkere mannetjes verdrijven. Dit wegjagen van andere mannetjes kan zelfs zo ver gaan, dat de zwakkere dieren op het laatst dood gejaagd worden.
Wil men echter meerdere mannetjes in het aquarium houden, raden wij aan om een ruimer aquarium hiervoor te gebruiken.De vrouwtjes hebben geen last van territoriumvorming en kunnen met meerdere vrouwtjes bij elkaar gehouden worden.
Verder is de zwaardplaty een verdraagzame vis en kan zeer goed in een gezelschaps aquarium gehouden worden.


Foto boven:kijk eens naar de zwaard van het mannetje.

Verzorging en kweek:
Het beste is om een groepje van meer dan 5 vissen, bij elkaar te houden in een minimaal 60 cm lengte aquarium.
De beste temperatuur hierbij, ligt tussen de 18 graden celsius en 25 graden celsius.
Bij dit visje kunt u veel andere bewoners houden, alleen raad ik u af om een andere Xiphophorus soort hierbij te doen, dit om het onderling kruisen tegen te gaan.
En van bastaarden hebben wij er helaas al genoeg in onze hobby, en hier zitten wij verder ook niet te wachten. Verder heeft dit visje erg veel behoefte aan een goed beplant aquarium waar ze zich in kunnen verschuilen, en waar ook de jongen zich in kunnen verstoppen. De ouders zien hun kleine jongen erg graag als extra voeding op het menu.
Bij een goede en juiste verzorging, kunnen iedere vier weken tussen de 10 en 25 jongen verwacht worden,die onmiddellijk goed kunnen zwemmen en na 4 a 6 maanden uit groeien naar mooie volwassen vissen.

Voeding:
Dit visje is niet echt een moeilijke kostganger wat voeding betreft, echter het voedsel moet niet te groot zijn.
Ze lusten zowel levend, diepvries en droogvoer.
De jongen kunt u het beste kleine jonge artemia geven, gelukkig komt er de laatste jaren steeds beter ontwikkeld droogvoer op de markt. Er bestaat tegenwoordig zelfs een vervanger van artemia op de markt, ook is er voeding speciaal voor dit soort vissen ontwikkeld op de markt.
Kijkt u gerust eens op de site`van Viviani fischfood http://www.vivani-fishfood.nl/ .
Hier staat zoveel vermeld, over de voeding van onze vis, dat verder opsommen voor mij totaal niet doeltreffend meer is.


Het mannetje X.xiphidium.

Literatuur:
Werkgroep levendbarende vissen Poecilia picasso onder water geschreven onder andere door Ciska Sciarone.
M.K. Meyer, L. Wischnath & W. Förster (1985): Lebendgebärende Zierfische. Arten der Welt – Melle: Mergus Verlag.Derek and Pat Lambert Platies and Swordtails:Blandford 1995 ISBN 0 7137 2368 8


Een duidelijke foto van two spot.

Geschreven en gefotografeerd door Leo van der Meer.

zondag, mei 20, 2007

Xiphophorus birchmanni.

Xiphophorus birchmanni.

Xiphophorus birchmanni: Lechner&Radda,1987.

Synoniemen :Xiphophorus montazumae birchmanni
Lechner&Radda,1987.

Nederlandse naam :De soort is vernoemd naar een van de eerste vangers,
de heer Birchmanni. De Amerikanen noemen deze vis
``Sheepshead’’ wat in het Nederlands schapenhoofd betekent,
dit verwijst naar het hoofd van deze vis. Dat erg rond van vorm
is en een beetje van een schapenkop weg heeft.

Beschrijving :First described by P.Lechner and A.C. Radda (1987) in Revision
Des Xiphophorus montezumael/cortezi complex und Neube-
Schreibung einer Sunspezies. St.Gallen,Switzerland’Aquaria 34:
189-96.

Naamgeving : Xiphophorus =van het Griekse zwaarddrager. Met deze
naam werd verwezen naar het gonopodium van de mannetjes,
birchmanni verwijst naar een van de eerste vangers,
mijnheer Birchmanni.

Verspreiding :Veel van wat er beschreven staat, is overgenomen uit de
ervaringen van de befaamde zwaarddragerkenner Rick Serva uit
de U.S.A en de helaas overleden mijnheer Lambert uit Engeland.
Zij zijn erg vaak samen op onderzoek uit geweest in
diverse leefgebieden. Hierdoor is het een en ander
alweer verder aangevuld, door nieuwe ervaringen in 2002,
dankzij een vangexpeditie in het leefgebied,
door verschillende leden van Poecilia Nederland,(werk
groep levendbarende tandkarpers).
Deze soort komt voor in diverse zijrivieren van de Rio Tuxpan,
zoals in de Rio La Candelaria-Axtlapexco-Los Hules-Santa Maria
San Dioniso-Rio Vinazco en Rio Calnali.
Verder valt Xiphophorus birchmanni onder de noordelijke
Zwaarddragers, waar ook Xiphophorus cortezi en Xiphophorus
Malinche onder vallen.

Uiterlijk : Er valt niet aan te ontkomen, bij een beschrijving van deze soort uit te gaan
van een zeer dominante man,(deze is in staat om alle andere mannen het
leven zuur te maken). Toch ondanks zijn dominante gedrag behoort deze
soort tot een van de kleurrijkste wilde Xiphophorus soorten. Met zijn lengte
van wel 7 cm een zeer behoorlijke lichaamslengte. Over de lengte van zijn
lichaam heeft hij een zaagvormige streep met 7 a 8 brede,verticale strepen.

De rugvin bij het mannetje is bijzonder groot, en heeft een waaier vorm
die citroengeel is, met veel zwarte punten er door heen.
Van zijn neus tot de aanzet is er een geel-
gekleurde bult ook wel schapenkop genoemd, verder is de grond kleur melk-
chocoladekleurig,heel bijzonder en dit komt bij geen andere zwaarddrager
voor. Verder heeft hij een zeer mooie citroengele staart,schitterend om te zien.
De zeer dominante man accepteert totaal geen andere mannen in zijn omgeving
of bij de vrouwtjes en het voer. Hierdoor verhongeren en vermageren
en teren de andere mannetjes weg. Wel komt het voor dat er een jonger man-
netje de dominante man voorbij groeit en zijn plaats in neemt. Verder is er nog
iets heel bijzonder aan deze Xiphophorus soort, de mannetjes hebben geen
zwaard. De vrouw kan, in mindere mate, dezelfde kleuren ontwikkelen,
maar deze zijn veel variabeler.
De lengtestreep kan bijvoorbeeld plaats maken voor zwarte stippen op
verschillende plekken,de kleur kan van bruin naar lichtgrijs gaan. De vrouwtjes
bereiken bij een goede verzorging een lengte van ongeveer 5 cm. Verder lijken
de jongen precies op hun moeder, het duurt erg lang voor je het onderscheid kunt
zien wat vrouw of man wordt.

Verzorging: Door het gedrag van het dominante mannetje, is een speciaal aquarium beter,
dan een gemengd aquarium voor deze soort. Alhoewel het samen houden, met wat
kleinere levendbarenden of barbeeltjes ook best goed samen gaat.
Deze soort heeft een wat groter aquarium nodig, zelf gebruik ik een aquarium van
80 cm bij 40 cm bij 40 cm,dit is net groot genoeg voor deze soort
Al hoewel deze zwaarddrager bekend staat als erg schuw, valt dit bij mij erg mee.
Wel zorg ik er voor dat er genoeg schuilmogelijkheden voor deze vissen zijn.
Dit doe ik door middel van zeer veel planten in mijn aquarium te zetten. Verder
gebruik ik een stuk kienhout en wat bloem potjes, en verder wat verschillende
stenen. Een temperatuur tussen 21 en 24 graden celscius is het beste voor deze
soort, bij hogere temperaturen raad ik het buiten houden zeker aan.
Hier vertel ik later meer over, het is gewoon erg leuk om eens uit te proberen.
In het land van herkomst wordt het in de winter een stuk koeler, en dan komen
temperaturen voor die vergelijkbaar zijn met onze zomers. Volgens de onder-
zoekers van de werkgroep Poecilia Nederland, is de PH en GH, in de rivier waar
ze voorkomen, ongeveer 8. Bij mij is de PH en GH veel lager, dan in de rivier
waar ze aangetroffen zijn, maar bij mij doen ze het ook uitstekend. Algeneters en
pantsermeervallen laten ze met rust, in mijn aquarium zwemmen ze samen met
verschillende L nummers, op de bodem zwemmen Corydoras sterbai`s.
Deze soort houdt erg van stroming, dus is er een filter aanwezig met een sterke,
krachtige uitstroom. Verder kunt u natuurlijk als bodembedekking grind of
zand gebruiken, maar zelf ben ik gek op goedkoop rivierzand, in
iedere
bouwmarkt verkrijgbaar. Als verlichting gebruik ik twee tl buizen, kleur 29
oftewel warmwit van Phillips, goedkoop en doeltreffend.

Kweek :Bij een goede en juiste verzorging werpt het vrouwtje, om de 28 dagen, ongeveer 30
jongen. Het beste is hiervoor een goed beplant aquarium te gebruiken, zodat de
jongen zich goed kunnen verschuilen. De ouders zien hun kroost aan als een lekker
tussendoortje, dus zorg voor genoeg schuilgelegenheid waar de jongen in kunnen
vluchten. Natuurlijk kunt u ook een apart aquarium hiervoor gebruiken ,dan zet u
het vrouwtje hierin, als ze hoog zwanger is. Als zij de jongen geworpen heeft haalt
u het vrouwtje weg, en kweekt u de jongen in deze bak groot. Het grote voordeel is
dat alle jongen groot kunnen worden, het grote nadeel hier van is dat alle jongen uit
één vrouwtje komen, dus broer en zus zijn. Bij hun geboorte is klein levend voedsel
erg belangrijk dit doe ik door middel van infussoriën, als voedsel aan te bieden. Na
ongeveer 4 maanden zijn ze geslacht rijp, maar na meer dan 1 jaar zijn ze pas echt
volgroeit, en één enkele man kan volledig uit groeien tot een zeer mooie dominante
man.



Voedsel : Deze soort is het beste te houden, en groot te krijgen, met levend voer, bij mij zijn ze
gewend geraakt aan droog voer, met veel dierlijke eiwitten erin verwerkt. Hiervoor
gebruik ik gedroogde, rode muggenlarven, ook is er in veel tuincentra`s speciaal voer
voor goudvissen en koikarpers aanwezig. Ik zoek hier dan tussen naar potten met
gedroogde waterinsecten, hierin zitten erg veel verschillende soorten insecten,in deze
gedroogde insecten zitten erg veel eiwitten die onze vis zeker ten goede zullen komen.
Deze insecten maal ik, samen met verschillende andere bestandsdelen. Dit doe ik in een
elektrische keukenmachine en ik maal alles fijn. Al de gemalen ingrediënten meng ik
door elkaar tot er een mooi visvoer ontstaat. Verder geef ik ze bijna dagelijks of
diepvries, of levend voer, hiervoor gebruik ik verschillende soorten muggenlarven
zoals:rode,zwarte en of witte muggen larven,verder gebruik ik artemia en cyclops.
De jonge vissen geef ik tropische infuus,cyclops en kleine jonge artemia. Ook
gebruik ik voor de opfok wat klein gemaakte diverse soorten droog voer. De laatste
jaren
bestaat er ook gedroogde artemia, of vervangers hier van, dit is zeer aan te raden.


Buiten kweken:
Dit is echt een vis die zomers goed buiten is te houden en of te kweken.
In het land van herkomst komt dit soort Xiphophorus voor in wateren die
s`winters 14 graden Celsius en soms zelfs nog kouder worden. Ik woon in een flat op de bovenste etage, hier wil het zomers nog weleens heel erg warm worden.Soms is het zelfs zo warm, gedurende langer tijd,dat het zelfs soms bovende 30 graden celsius uit komt.In 2004 was het zelfs zo warm dat meer dan de helft van mijn zeldzamelevendbarende vissen verloren ging.Iedere dag probeerde ik mijn aquariums te koelen met koud water dit hielpmaar gedeeltelijk.Ik lees heel erg veel, dus kreeg ik een stuk, vertaald in het Nederlands, uit hetvoormalig oostblok. Hier stond een stuk over het buiten houden van vissen.Gelukkig was ik niet de enige die dit probleem had en ik kwam via Poeciliain aanraking met Jan Klungers.



Zo ziet een bak er bij mij uit zomers.

Jan Klungers was ook al een tijdje bezig met het zomers buiten houden, en kwekenvan verschillende vissen.Jan vertelde mij dat hij de vissen kweekt in een cementkuip, die te koop isin iedere goede bouwmarkt.Zo gezegd zo gedaan, en ik ben toen naar een hele grote bouwmarkt gegaan in Zaandam.Eenmaal in deze bouwmarkt, was er een zeer grote keuze in cement kuipen.Ze waren er rond,ovaal een ook rechthoekig, ik viel meteen voor de rechthoekige vorm.Deze vorm is gemakkelijk naast elkaar te plaatsen en hier kun je vrij gemakkelijk eenhouten schot tussen plaatsen, zodat de vissen niet van de ene bak in de andere bak overkunnen springen.



De bekisting zonder water en horren of antimuggen doek.

Er zijn verschillende maten in de handel, zelf werk ik het lekkerste met een 90 liter cementkuip, maar hoe groter hoe beter zo gezegd.Eenmaal thuis gekomen te zijn met de speciekuipen ben ik gaan bedenken hoe en waar ik ze het beste kon plaatsen.Gelukkig had mijn vriend Ad Disseldorp een geschikte plaats in een afgelegen hoekje,onder diverse bomen, waar het niet al te heet kon worden.Ad en ik bedachten ons geen moment en groeven de cementkuipen in op de des-betreffende plaats.Tot net onder de rand groeven wij hem uiteindelijk in, dit om hem zo koel mogelijk te houden natuurlijk.Ook boorden wij wat kleine gaatjes, net onder de bovenkant, waardoor het te veel aan water weg kon lopen, maar niet de vissen of de jongen er door konden verdwijnen .Op de bodem van de cementkuip deden wij wat, schoon gemaakt, rivierzand.Als er vissen over een donkere bodem zwemmen zie je nooit de vissen zwemmen, boven rivierzand zie je ze in ieder geval veel beter.Toen dat geregeld was, deden wij er schoon kraan water in, hiermee begonnen wij begin April, zodat het water goed kon rijpen, en het kon vermengen met regen water.Begin Mei heb ik diversen sloten af gezocht naar waterplanten en vond er waterpest, diverse drijvende waterlelies en wat andere “zuurstof” planten.

Zo ziet een van mijn bakken er van binnen uit met water en zuurstofwaterplant.Dit was natuurlijk geen enkel probleem in de sloten of slootjes van het mooie Broek in Waterland, klein dorpje net iets boven Amsterdam met op iedere hoek een andere sloot, met zuurstofrijk water.Voordat ik de planten erin doe spoel ik ze eerst natuurlijk eerst goed schoon, zodat er geen ongenode gasten in de bakken terecht kunnen komen, zoals bv palanaria enz.Tussen de bakken hebben wij platen gemaakt, zodat de vissen niet van de ene naar de andere bak, over kunnen springen.Veel soorten vissen uit het zelfde genus springen heel erg graag over, en kruisen met elkaar, dit is iets wat je nou net niet wil.



De bekisting die Ad en ik erover heen gemaakt hebben.

Verder hebben wij er een soort bekisting overheen gebouwd, zodat de bovenkant afgesloten kan worden, maar er toch voldoende ruimte over blijft, zodat een mooi zicht op de bakken is.Tussen iedere bak een schot zodat alles zeer netjes aansluit op elkaar, en je een mooi geheel krijgt, het oog moet ten slotte ook wat.Op deze bovenkant hebben wij antimuggen gaas vast gemaakt zodat er geen vuil of bladeren in kunnen vallen, waardoor het water eventueel kan gaan verzuren.



Een rijtje bakken op het oude systeem zo sprongen de vissen over van bak naar bak.In de bakken hebben wij een systeem geplaatst waar je zuurstof via een luchtpompje doorheen kan laten gaan, zodat je er een bruissteentje aan kan koppelen.
(dit hoeft niet perse maar als het echt erg heet wordt, is dat beter).Waneer de vissen in de bakken.

Plaatje hoe het bij Jan Klungers is, mooi hé?

Het beste is de bakken begin April vol te laten lopen met water, zodat het de tijd krijgt om “aquarium” water te gaan worden.Ook krijgt het de kans om zich te vermengen met regen water voor een natuurlijke algengroei.Planten er begin Mei in doen, ongeveer eind Mei is de avond en nacht temperatuur het beste om de vissen erin te plaatsen.Hangt ook van het jaar af, in ieder geval moet de watertemperatuur s’avonds hoger zijn dan 18 graden celsius.Deze temperatuur is gemiddeld eind Mei, en kunt u uw vissen er, beetje bij beetje, in los laten, doe rustig aan.Je weet nooit of er misschien iets mis is, het is daarom beter, eerst een paar visjes los te laten, en het uit te proberen.Als na 2 dagen alles goed is gegaan, zou ik beginnen met meerdere vissen los te laten, zodat uiteindelijk de bakken bevolkt zijn.



Natuurlijk lukt het ook in een kleine vijver.

Voedsel :Het beste is om uw vissen iedere twee dagen iets bij te voeren met wat droogvoer.Omdat u de bakken al zeker twee maanden buiten heeft klaar gemaakt is er “natuurlijk” voedsel in de bakken terecht gekomen.Meestal rode muggenlarven,zwarte muggenlarven, kleine eendags vliegjes, enz.Verder vooral voor de levendbarenden is er genoeg algengroei aanwezig, wat ze natuurlijk zeer op prijs stellen.Je moest eens zien hoe lekker ze dit vinden, en welk een groot plezier uw vissen hier aan hebben.


Nogmaals het oude systeem zonder bekisting.

Uw vissen worden er in ieder geval erg gezond door het natuurlijke voedsel dat ze meestal niet in u aquarium vinden

Waneer gaan de vissen naar binnen:Dit is een gewetens vraag, en hierop kan ik u verschillende antwoorden geven, maar dit hangt uiteraard van het vissensoort af.De buitentemperatuur, het voedselaanbod enz. spelen hier natuurlijk ook een rol.Zelf haal ik mijn vissen begin September binnen, maar soms, hangt van de temperatuur af, eind September.Als u uw vissen binnen haalt zult u versteld staan hoe ontzettend mooi uw vissen zijn geworden.Dit komt vooral door het natuurlijke proces, en het voedselaanbod, bijv.dagelijks rode of zwarte muggen larven.Meestal heb ik ’s zomers,niet zoveel jongen teruggevangen, maar na het weer terugplaatsen van uw vissen in het aquarium, krijgt u een geweldige babyboom of heel erg veel eieren.Uiteindelijk is het echt de moeite waard om eens een keer uit te proberen, als het weer het toe laat natuurlijk.

Ook in zeer grote witte kuipen lukt het, deze foto is in de winter gemaakt.

Literatuur:Poecilia nieuws Juni 2005 blz 8 tm 9 geschreven door Jan de Moree.
K. de Jong (2003) : Auf der Suche nach den Schwertträgern, Mexiko 2002 (Teil 1). Das Lebendgebärenden Magazin(3/4): 53-67K. de Jong (2003) : Op zoek naar zwaarddragers in Mexico 2002. Poecilia Nieuws(4): 54-68D. Lambert & P. Lambert (1995) Platies and swordtails. Blanford ISBN 0 7137 2368 8D.Lambert: Xiphophorus malinche Rauchenberger, Kallman & Morizot 1990. Viviparous(15)D.Lambert (1996) : The search for Skiffia francesae The Aquarian Expedition 1996. Tropical Fish Hobbyist(november): 118-133E.Meinema (1991) : Vier nieuwe zwaarddragers van het Rio Panuco stroomgebied (Oost Mexico). Poecilia Nieuws(2): 28-30R.Serva & G. Tash (1998) : Collecting sheepshead and highland swordtails (Xiphophorus birchmanni and Xiphophorus malinche) in the Rio Calnali. Livebearers(152): 14-18L.Wischnath (1992) : Neue Namen bei großen und kleinen Schwertträgern. Das Aquarium(August): 10-12L.Wischnath (1995) : Zwaarddrager wildvormen, deel 2. Het Aquarium(12): 290-293

Tekst en foto`s Leo van der Meer

zondag, mei 13, 2007

Xiphophorus malinche

Xiphophorus malinche Rauchenberger, Kallman & Morizot, 1990

Synoniemen:
Geen

Nederlandse naam:
Hoogland zwaarddrager

Beschrijving:
M.Rauchenberger, K. Kallmann & D.C. Morizot (1990) : Monophyly and Geography of the Rio Panuco Basin Swordtails with description of four new species. American Museum Novitates (2975): 1-41

Naamgeving:
Xiphophorus =van het Griekse zwaarddrager. Met deze naam werd verwezen naar het gonopodium van de mannetjes
Malinche = genoemd naar de indiaanse Malinche die in 1519 door Hernando Cortez gevangen werd genomen en daarna zijn tolk, secretaris en minnares werd.

Verspreiding:
Helaas gebruiken ze de rivier ook als vuil stort plaats.
Rio Claro Mexico,Foto kees de Jong.
De soort komt voor in het Río Panuco stroomgebied in oost Mexico en wel stroomopwaarts in de Río Claro, Río Calnali, Río Conzintla en de Arroyo Atlapexco. Al deze biotopen bevinden zich volgens de beschrijvers van de soort op een hoogte van 650 m tot 1.280 m. Op een aantal locaties is de watertemperatuur op deze hoogte slechts 15°C.

Uiterlijk:
Een fraaie kleinere zwaarddrager met een hoge lichaamsbouw die nauw verwant is met Xiphophorus cortezi en Xiphophorus birchmanni. Net als bij deze twee soorten loopt er over van de kop tot aan de staartwortel een zigzag streep. Op het lichaam van beide geslachten bevinden zich ovale verticale donkere banden. Deze banden zijn onregelmatig en het feit dat ze ook zo duidelijk bij de vrouwtjes aanwezig zijn, onderscheidt de soort mede van zijn verwanten. Het onregelmatige patroon verschilt van vis tot vis en kan ook op de linker- en rechterzijde anders zijn.
Het zwaard is dikker dan dat van X. cortezi en buigt bij jonge dieren iets omhoog. De mannetjes kunnen afhankelijk van de populatie een hoge gele rugvin hebben. De vrouwtjes bezitten een drachtigheidsvlek.

Grootte:
Zowel de mannetjes als de vrouwtjes van deze soort kunnen een lichaamslengte van 7 cm bereiken.

Verzorging en kweek:
Zoals bij de verspreiding al aangegeven, wordt deze soort ook in koeler water aangetroffen. Dit lijkt één van de belangrijkste punten voor het houden en kweken van deze soort. Een koelere periode, waarbij de temperatuur mag dalen tot 14° C is noodzakelijk voor een goede kweek op de langere termijn. De vissen zijn, ondanks een goede doorstromimg, op de langere termijn gevoelig voor temperaturen boven de 22°C. Het buiten houden van de soort tijdens de zomermaanden is dan ook een goede oplossing. Hoewel de vissen dan minder snel groeien, worden het uiteindelijk wel grote stevige dieren, die bovendien langer leven dan hun soortgenoten die op een hogere temperatuur zijn gehouden. Bij mij leek het er op alsof de leeftijd negatief werd beïnvloed door de hoogte van de temperatuur. Mijn ervaring is dat de vissen niet erg oud worden. Een leeftijd van 1,5 jaar is voor deze soort al een respectabele leeftijd. Het duurt ruim een half jaar voordat de vissen volledig uitgegroeid zijn en daarom heb ik helaas nooit lang kunnen genieten van enkele prachtige volwassen mannetjes.
Aan het voedsel worden geen bijzondere eisen gesteld. Zowel ouders als jongen zijn goede eters die niet kieskeurig zijn. Naast levendvoer worden ook diepvries- en droogvoer goed gegeten.
Oorspronkelijk komt de soort uit heldere riviertjes en het is dan ook noodzakelijk om er voor te zorgen dat het water in het aquarium niet vervuild. Regelmatig een groot deel van het water verversen is dan ook aan te raden.
Indien er voldoende planten aanwezig zijn, zal er altijd een aantal jongen over blijven. Voor een wat massalere kweek is het handig om een drachtig wijfje apart te zetten. Er kunnen dan tot ruim 30 jongen worden geboren die zich in de middenlaag van het aquarium ophouden. Af en toe staat de kweek stil en worden er een tijdlang geen jongen geboren. De opfok van de jongen is geen probleem, op een gevarieerd dieet en als het water regelmatig wordt ververst, zullen ze uitgroeien tot mooie forse vissen.
Het lijkt verstandig om aan risicospreiding te doen en de soort over meerdere plekken en verschillende generaties te houden. Het is mij wel eens gebeurd dat alle oudere vissen snel achter elkaar zonder aanwijsbare reden doodgingen. Gelukkig had ik toen nog een aantal jongen en bovendien nog een aantal buiten zwemmen.
De mannetjes lijken elkaar in een groep redelijk te verdragen en wanneer ze samen zijn opgegroeid loopt de territoriumstrijd niet zo hoog op. Tussen twee mannetjes die op later leeftijd bij zijn geplaatst, zullen al snel gevechten over het territorium ontstaan. De kans is hierbij groot dat op den duur een van de mannetjes het leven laat.
Samenvattend is X. malinche een fraaie soort die wel wat extra aandacht nodig heeft. In een ruim aquarium met een niet te hoge temperatuur en schoon water, is het een prachtige blikvanger.

Opmerkingen:
In de natuur wordt deze soort nog wel eens samen met andere zwaarddragers aangetroffen. In 2002 gingen we op zoek naar deze interessante soort in de Río Claro. Na een rit op grote hoogte waarbij we af en toe door de wolken reden, zagen we deze rivier in het dal liggen. Bij de brug bij het plaatsje Tamala aangekomen reden we naar de rivier om op zoek te gaan naar deze soort. Het bleek erg lastig te zijn om de soort te vangen. Af en toe werd een zwaarddrager gevangen. De meeste vissen zaten tussen de overhangende planten bij de oever. Deze locatie lag op de geringe hoogte van 267 m. Dus minder ver stroomopwaarts dan in de beschrijving van de soort wordt genoemd. Thuisgekomen bleken de gevangen zwaarddragers van verschillende types te zijn. Sommige leken erg op X. cortezi, terwijl andere mannetjes weer een X. malinche uiterlijk hadden. Eén mannetje was qua uiterlijk duidelijk een tussenvorm. De vrouwtjes leken erg op elkaar, maar enkele hadden de ovale donkere vlekken op het lichaam. Blijkbaar komen de verschillende soorten in de natuur regelmatig samen voor en worden er daar ook hybriden geboren. Op de locatie bij Tamala werden naast de zwaarddragers ook nog Gambusia vittata, Poecilia mexicana, cichliden en zalmpjes gevangen. De watertemperatuur was 24 °C, Ph en Gh waren 8. Later hoorde ik van David MacAllister, die het gebied verschillende malen bezocht heeft dat meer stroomopwaarts op grotere hoogte wel zuivere populaties van X. malinche voorkomen en dat de vissen daar in grote hoeveelheden kunnen worden gevangen. Mogelijk is de pure soort alleen op grotere hoogte te vangen, zoals door Rauchenberger et al. ook reeds aangegeven. Het lijkt er een beetje op alsof de ‘zuivere’ soorten in de buurt van de bronnen kunnen worden gevangen en dat meer stroomafwaarts een mengelmoesje van soorten en hybriden is ontstaan. De status van deze soorten is dan m.i. ook niet altijd even duidelijk. In ieder geval is de ontwikkeling van soorten in dit gebied nog in volle gang.
Na selectie op de mannen en vrouwen met de voor de soort kenmerkende tekening was er meteen sprake van een vastverervende stam.
De hoogland zwaarddrager was rond 1997 reeds in Nederland aanwezig, maar is toen na korte tijd verdwenen. De populatie die in 2002 uit Tamala is meegenomen, heeft zich wel in het aquarium weten te handhaven.

Literatuur:
K. de Jong (2003) : Auf der Suche nach den Schwertträgern, Mexiko 2002 (Teil 1). Das Lebendgebärenden Magazin(3/4): 53-67
K. de Jong (2003) : Op zoek naar zwaarddragers in Mexico 2002. Poecilia Nieuws(4): 54-68
D. Lambert & P. Lambert (1995) Platies and swordtails. Blanford ISBN 0 7137 2368 8
D.Lambert: Xiphophorus malinche Rauchenberger, Kallman & Morizot 1990. Viviparous(15)
D.Lambert (1996) : The search for Skiffia francesae The Aquarian Expedition 1996. Tropical Fish Hobbyist(november): 118-133
E.Meinema (1991) : Vier nieuwe zwaarddragers van het Rio Panuco stroomgebied (Oost Mexico). Poecilia Nieuws(2): 28-30
R.Serva & G. Tash (1998) : Collecting sheepshead and highland swordtails (Xiphophorus birchmanni and Xiphophorus malinche) in the Rio Calnali. Livebearers(152): 14-18
L.Wischnath (1992) : Neue Namen bei großen und kleinen Schwertträgern. Das Aquarium(August): 10-12
L.Wischnath (1995) : Zwaarddrager wildvormen, deel 2. Het Aquarium(12): 290-293

Tekst: Kees de Jong
Foto`s :Leo van der Meer.