zondag, augustus 10, 2008

Alfaro cultratus

Alfaro cultratus (Regan,1908).



Synoniem:
Petalosoma cultratum Regan, 1908.
Petalurichthys cultratus Regan, 1912
Alfaro acutiventralis Meek, 1912
Petalosma amazonum Regan, 1911
Petalurichthys amazonum Regan,1912
Alfaro amazonum Regan,1913


Eerste beschrijving:
Regan, C.T. (1908): A collection of fresch water fishes made
by MR. C.F. Underwood in Coista Rica. Ann. Mag. Nat. Hist.,
ser. 8, vol. 2, pp. 455-464.


Naamgeving:
Het Genus Alfaro heeft het visje te danken aan Dr. Anastasio Alfaro van het nationaal Museum in Costa Rica. cultratus betekent in het Latijns mensvormige dit wijst naar de vorm van het visje dat wat weg heeft van een lemet van een mes.
Andere soorten in dit Genus.Het Genus Alfaro bestaat slechts uit twee soorten te weten:

Foto boven: is Alfaro cultratus (Regan,1908).


Foto boven: is Alfaro huberi (Fowler,1923).


Verspreiding:
Rio Iroquois, COSTA Rica.

Grootte van de vis:
Het mannetje wordt ongeveer 6 cm groot, het vrouwtje wordt enkele cm groter.

Uiterlijk.
Onder de groep levendbarende vissen is Alfaro cultratusi een bijzonder visje, dit komt door het uiterlijk dat echt anders is dan een gemiddelde tandkarper..De vorm van het lichaam van het mannelijke visje en ook een beetje van het vrouwtje lijkt een beetje op het lemmet van een mes.Verder is de mond naar boven gericht waardoor ze het voedsel gemakkelijk van het wateroppervlak kunnen pakken. (net als bij het genus Priapella).Bij voldoende licht is het mannetje wat groenachtig blauw van lichaamskleur, echter het vrouwtje is veel witter van kleur. Foto`s van dit visje maken is niet eenvoudig doordat het visje vaak wat wittig op een foto over komt maar bij een juiste instelling vooral het mannetje erg mooi van kleur. Verder hebben ze als karakter eigenschap dat ze erg snel kunnen zwemmen en dit maakt het erg moeilijk.


Verzorging:
Dit genus is nogal schuw van karakter en is zeer snel, als ze niet genoeg beschutting om zich heen hebben, hierdoor kruipen ze vaak weg in de beplanting. In het aquarium bij mij komen ze toch vaak naar voren, dit na enkele dagen in het aquarium al aanwezig te zijn, maar vaak zwemmen ze net onder een bosje waterpest, zodat mocht het te spannend voor ze worden, ze meteen weg kunnen duiken in de beplanting. Het afdekken van het aquarium is zeker aan te bevelen, dit vooral doordat het visje een nare gewoonte heeft om uit het aquarium te springen, het gemakkelijkste om dit euvel tegen te gaan is om het aquarium goed af te dichten door middel van een kap of een plaat glas. Alfaro cultratusi vind het erg prettig om veel planten om zich heen te hebben staan, een aquarium vanaf 100 cm is al geschikt voor dit visje, dat erg veel zwemt, wel houden ze van een kleine stroming waar ze tegen aan kunnen zwemmen, verder is het van levensbelang om net als bij de meeste levendbarende vissen het water minimaal 1 keer per week voor 1/3 te verversen. De temperatuur om deze vissen voor langere tijd te behouden ligt boven de 28 graden Celsius met een pH van 8 en een dH van 5.

Voeding:
Wat het voedsel betreft is Alfaro cultratus niet echt een moeilijke vis, ze lusten werkelijk alles wat ze voor geschoteld krijgen, wel is het aan te bevelen om veel levend of diepvries voedsel te gebruiken. Enkele voorbeelden wat ze erg graag eten zijn witte, zwarte en rode muggen larven, Artemia, cyclops, watervlooien, levende vliegen zonder vleugels deze worden vaak verkocht aan reptielen houders, maar ook gewoon droogvoer lusten ze erg graag. Tegenwoordig is er erg veel vervangend voedsel op de markt aanwezig, zoals vervanger van Artemia in droge vorm is erg aan te bevelen voor vele soorten levendbarende, kijk gerust eens op de site`van Vivani Fishfood., via het internet te vinden, wat deze mensen aanbieden is gewoon erg goed en zekervoor een ieder betaalbaar. Jonge Alfaro`s lusten alles wat hun ouders ook lusten, maar uiteraard niet te groot, verder zijn ze gemakkelijk op te kweken met Artemia nauplien en de hele kleintjes met tropisch infuus (pantoffeldiertjes).

Kweek:
Wat het doorkweken betreft is Alfaro cultratus absoluut niet de gemakkelijkste onder de levendbarende tandkarpers, dit komt vooral doordat het vrouwtje in gevangenschap niet zo gemakkelijk tot paren over te halen is. Ook het paarritueel is best bijzonder te noemen, nadat het mannetje enige keren voor het vrouwtje is gaan zwemmen en enige keren zijn twee zijkanten heeft laten zien aan het vrouwtje, gaat het mannetje van de linker naar de rechter kant van het vrouwtje voordat ze uiteindelijk over gaan tot een paring, hiervoor heeft het echtpaartje wel enige zwemruimte nodig. Als het vrouwtje eenmaal bevrucht is, worden er na ongeveer 35 dagen een 25 tal jongen geboren die meteen weg moeten zwemmen voor het vrouwtje dat haar kroost als een lekkere snack ziet. De jongen zijn net ietsjes groter dan de Poecilia reticulata jongen, als men de jongen meerdere keren per dag voert zullen ze erg snel groeien. Na ongeveer 4 a 5 maanden zijn ze uit gegroeid tot geslachtsrijpe vissen, echter duurt het nog enkele tijd voordat ze tot hun maximale grootte uitgegroeid zijn. Enige tips die ik via Google gevonden heb over deze vissen, zijn om het vrouwtje enkele dagen voordat de jongen geboren worden apart in een klein aquarium te plaatsen met erg veel waterplanten hierin aanwezig, ook door middel van een scheiding s wandje in het aquarium aan te brengen waar wel de jongen van links naar rechts kunnen zwemmen maar niet de ouders, hierdoor kan men een nestje redden .Het is verstandig om de jongen meerdere keren per dag te voeren, zodat ze snel en gezond tot hun totale grote kunnen uitgroeien, het is aan te raden om het water meerdere keren per week voor 1/3 te verschonen, hierdoor verkomt men verzuring van het gemorste voedsel en ook voorkomt men eventuele ziektes.

Geschreven door Leo van der Meer.
Foto`s Leo van der Meer.

zondag, augustus 03, 2008

Op zoek naar zwaarddragers Mexico 2002 deel 2.

Op zoek naar zwaarddragers Mexico 2002


Foto boven X.cortezi.
Deel 2 na al eerder stukken gepubliceerd te hebben ga ik weer verder.Door dat het een dagboek systeem is, is het voor mij helaas niet mogelijk om het voor u op een andere wijze te publiceren .Om het geheel van voor af aan te lezen kijk naar eerdere maanden!!!!


Foto boven X.multilineatus 2 verschillende type mannen.

9. Puente Rascon.
Dit punt is de brug in de richting van Rascon. Het is een snelstromende rivier
met troebel water. Het water staat hoog. Vooral dankzij het enthousiasme
van LUDO vangen we hier enkele halfwas exemplaren van de Montezuma
zwaarddragers tussen de begroeiing die we besluiten mee te nemen.
Aangetroffen soorten:
• X. montezumae
• Astyanax
• Cichliden
• Poecilia mexicana
X. montezumae wordt door ons tussen de planten gevangen. Alleen halfwas dieren.

Foto boven paartje X.montazumae.
21º57’57.3” N
99º14’43,8” W
Hoogte 358 meter.
Bij aankomst in het hotel besluit ik naar bed te gaan. Mijn fysieke staat laat
sterk te wensen over. Mijn reisgenoten brengen me nog enkele toastjes en
wat water. Hopelijk kan mijn maag dit verdragen. Met enige moeite lukt het
mij later op de avond nog wel om te helpen met het controleren en verschonen
van de vissen. Blij dat het weer achter de rug is, laat ik me om 23.30 uur
weer in het bed vallen.
Dinsdag 29 oktober
We verlaten hotel Taninul en vertrekken via Hwy 70 naar San Luis Potosi. In
de buurt van de stad Río Verde ligt de afslag naar Laguna Media Luna.
Langs een onverharde weg loopt een kanaal vanuit Media Luna en hierin
zwemmen veel cichliden en enorme scholen molly’s. Na ongeveer een half
uur rijden bereiken we Media Luna.
10. + 11. Laguna Media Luna
Media Luna is een bronnensysteem met veel kanaaltjes en stroompjes.

Foto boven Ilyodon xantusi.

Sommige delen zijn dicht begroeid met allerlei waterplanten zoals waterlelies,
Bacopa sp. en Ludwigia sp. Het wordt veel voor toerisme gebruikt en ook
voor duikers is het een ideaal gebied. De bronnen zijn ongeveer vijftien meter
diep.
Op de dag dat wij er komen is het er rustig en we kunnen ongestoord
rondkijken. Deze plek is bekend vanwege het feit dat er een aantal soorten
endemisch is. Twee soorten die dit betreft zijn de Goodeïde Ataeniobius
toweri en de killi Cualec tessellatus. Ook wordt hier de molly P. latipunctata
aangetroffen. Deze soort is hier uitgezet, maar heeft zich goed weten te
handhaven tussen de aanwezige P. mexicana.
Op sommige ondiepe plaatsen zwommen enorme hoeveelheden vissen. Bij
een dammetje troffen we in het ondiepe water grote hoeveelheden aan, die
probeerden om tegen de stroom in omhoog te zwemmen. Het bleken
voornamelijk Astyanax en P. mexicana te zijn. De telkens weer tegen het
ondiepe stroompje in zwemmende visjes waren een leuk gezicht.


Foto boven Ataeniobus toweri man.
In de diepere gedeeltes tussen de planten vangen we de meer interessante
vissen. Zowel Cualec als Ataeniobius zijn hier eenvoudig te vangen. De
molly’s vangen we voornamelijk in het open water. De mannetjes van Cualec
hebben een donkere staart en in de minder begroeide gedeeltes is duidelijk te
zien dat ze een territorium boven de stenen hebben. De fraaie cichliden zitten
meer in de diepere delen vlak boven de bodem en zijn dus moeilijk te vangen.
Aangezien onze aandacht hier niet naar uit gaat, hebben we niet veel moeite
gedaan om ze te vangen. Nu ik thuis ben twijfel ik hier wel over, want vooral
de tamelijk klein blijvende “Cichlasoma” bartoni is een fraaie en opvallende
vis met een prachtige zwart-witte broedtekening. Volgens WILLEM HEIJNS
(Cichliden Jaarboek 1991) komt deze soort ook elders in het stroomgebied
van de Río Verde voor, maar bevindt de grootste populatie zich in Media
Luna. Deze populatie broedt het hele jaar door en doet dit ook in sneller
stromend water. Van de forsere “Cichlasoma” labridens bevindt zich een
geografische variant met een vergelijkbare broedtekening als “C”. bartoni,
alleen is de bovenste helft van het lichaam geel in plaats van wit is.
Aangetroffen soorten:
• A. toweri
• P. mexicana
• P. multipunctata
Foto boven kreeftjes die veelvulig voor komen in Mexico.
• Cichlasoma bartoni (Bean, 1892)
• Cichlasoma labridens (Pellegrin, 1903)
• Cualec tessellatus
• Astyanax
21º51’44.6” N
100º01’47.6” W
Hoogte 1.025 meter. PH 7,5, Temperatuur 30ºC Gh > 40
We overnachtten in San Luis Potosi in Hotel San Luis aan de snelweg. Het
hotel was prima, maar het restaurant wist ons hele gezelschap te verbazen
over de grote hoeveelheid vet die in het eten zat. De groentesoep bleek te
bestaan uit enkele rauwe halve aardappelen met grote stukken wortel in
warm water. Geen aanrader en het slechtste wat we tijdens onze hele reis in
Mexico voorgezet hebben gekregen. Hoewel ik mij al weer beter voelde en
eigenlijk wel trek had, was mij deze maaltijd toch te veel van het ‘goede’.
Woensdag 30 oktober
Vanuit San Luis Potosi naar Morelia.
12. Jesus Maria
Klein plaatsje dat via de afslag naar Los Reyes kan worden bereikt. In eerste
instantie waren we op zoek naar de plaats waar eerdere Xenotoca variata
was gevangen. Van deze fraaie populatie had ik in 2000 enkele vissen van
Omar gekregen en aangezien ik toen maar één vrouwtje had, leek het mij goed
om vers bloed te vangen. Volgens de bevolking was deze plaats nu echter
volkomen droog, maar was er aan de andere kant van het dorp wel een klein
stuwmeer (presa) waar water in stond. Het dorpje Jesus Maria is erg klein en
de hoofdweg is onverhard. Na door het dorp gereden te zijn vonden we het
stuwmeer, waar we vol enthousiasme begonnen met vissen. Het meer is voor
een groot deel begroeid met waterplanten en het vangen lukte het beste met de
handnetten. We vingen hier geen Xenotoca variata, maar wel enkele
exemplaren van Xenoophorus captivus. Tussen de planten vingen we enorm
veel waterinsecten. Vooral de enorme libellenlarven vielen op.
Aangetroffen soorten:
• Xenoophorus captivus (enkele)
• Astyanax (veel)
Foto`s Leo van der Meer.
Tekst Kees de Jong.

maandag, juli 21, 2008

Enige gedachten bij het voeren van levendbarende.

Enige gedachten bij het voeren van levendbarenden.

Foto boven: Allodontichtys tamazulae Turner 1946,

Dat het mogelijk is om vissen tegenwoordig gevarieerd te voeren, blijkt ook uit het vorige artikel van Wim Steinhoff. Het meeste voer is tegenwoordig eenvoudig te krijgen en het zelf vangen of kweken van voer is niet meer noodzakelijk. Er is volop variatie in droogvoer te koop en dit kan worden aangevuld met een grote diversiteit in diepvriesvoer. Dit is voor de meeste soorten meer dan voldoende. Op enkele voedselspecialisten, zoals het levendbarende snoekje (Belonesox belizanus) na, is mijn ervaring dat diepvriesvoer door alle soorten wordt gegeten.
Jarenlang heb ik mijn vissen altijd uitermate gevarieerd gevoerd met grote hoeveelheden hoogwaardig voedsel. Dit staat echter in schril contrast met de situatie in de natuur.


Foto boven: Poecilia caucana Steindacher 1880.


Een blik in een willekeurig watertje in het land van herkomst van de door ons in het aquarium gehouden vissen maakt duidelijk dat daar niet veel voer beschikbaar is. De vissen zijn in de natuur dan ook het grootste deel van hun tijd kwijt met het vinden van voedsel. Vooral de omnivore soorten, bijvoorbeeld zwaarddragers, molly’s en Ameca splendens, zijn de hele dag bezig met het afgrazen van stenen om voldoende binnen te krijgen. Hun relatief lange darmen zorgen er voor dat ze veel voedingsstoffen uit het beschikbare aanbod kunnen halen. Deze situatie is niet te vergelijken met de situatie in het aquarium. Hier wordt af en toe voer met een hoge voedingswaarde gegeven en daardoor heeft de vis in enkele minuten genoeg voedingsstoffen binnen.
De soorten die gespecialiseerd zijn in dierlijk voedsel hebben in de natuur ook meer tijd nodig om voldoende voedsel te krijgen. In het aquarium krijgen ze tijdens het voeren in een korte tijd veel meer voedingsstoffen binnen dan in de natuur.
Ook wordt de hoeveelheid voer in de natuur nog bepaald door de seizoenen. Het aanbod insecten en hun larven, maar ook kleine jonge visjes, is sterk seizoensgebonden. Onderzoek naar de darminhoud bij carnivore Goodeïden, met een kort darmstelsel, toonde aan dat deze vissen zich afhankelijk van het aanbod ook lange tijd met plantaardige kost tevreden stellen.
Ook de samenstelling van het voer in het aquarium en in de natuur is logischerwijs verschillend. Het door ons aangeboden voer komt in dezelfde samenstelling in de natuur niet voor.

Samenvattend is het zo dat er duidelijke verschillen zijn tussen het voedsel en de tijd die nodig is voldoende binnen te krijgen in de natuur en het aquarium.


Foto boven :Limia nigrofasciata Regan 1913
Het verschil tussen de voedingswijze in de natuur en het aquarium heeft gevolgen voor de vissen. In de eerste plaats zijn de vissen in de natuur veel meer tijd kwijt met het vinden van voldoende voedsel. Onderzoek van Kelly et al (2006) naar Ameca splendens toont aan dat in de natuur 70% van de tijd wordt besteed aan het vinden van voedsel en in het aquarium slechts 7%. Dit heeft invloed op het gedrag. Aquariumstammen van deze soort blijken agressiever dan de natuurlijke populaties.
Aquariumvissen zullen een voorkeur hebben voor hoogwaardig voedsel indien dit wordt aangeboden. Dit is voor hen de meest efficiënte manier om voedsel binnen te krijgen. Op de lange duur kan dit gevolgen hebben voor de soort in het aquarium. Mogelijk verdraagt de soort dit hoogwaardige voedsel niet op de lange termijn en is zij mogelijk niet in staat om zich over meerdere generaties in het aquarium te handhaven.
Het continue aanwezig zijn van hoogwaardig voedsel in het aquarium kan er ook toe leiden dat de voortplantingsperiode wordt verlengd. Indien er in de natuur onvoldoende voedsel is, wat vaak in combinatie met een lagere temperatuur voorkomt, zal de soort zich niet voortplanten. Door het ontbreken van deze rusperiode in de voortplanting komen de vissen minder tot rust en dit verkort hun levensduur.

Toen ik enkele weken geleden bij Latsy Nyari was, vertelde hij dat het extra voeren met allerlei vormen van hoogwaardig diepvriesvoer volgens hem helemaal niet nodig is. Af en toe wat extra’s is meer dan genoeg. Zijn ervaring is dat de basis prima uit vlokkenvoer kan bestaan.

Foto boven :Xiphophorus milleri Black, Rosen 1960


De laatste tijd probeer ik rekening te houden met bovenstaande punten bij het voeren van mijn volwassen vissen. Sommige soorten krijgen een langere periode minder hoogwaardig voer, zoals vlokken op plantaardige basis. Alleen soorten die ook na enkele dagen geen vlokkenvoer eten krijgen diepvries of levend voer. Dit voer ik dan wel minder. Iedere dag meerdere keren voeren lukt mij niet. Twee keer per dag is voor mij het maximaal haalbare. Ik probeer me wel aan te leren om het voer dan op verschillende plekken in het aquarium te strooien. Dan moeten de vissen er nog wel een eindje voor zwemmen. Gezien de lengte van een aquarium is dit mogelijk niet van invloed, maar het is in ieder geval beter dan altijd maar op dezelfde plek voeren.

Door bovenstaande wordt het voeren van levende watervlooien ook interessanter. Ik was hier de laatste jaren niet zo actief mee, omdat deze nauwelijks voedingswaarde bevatten. Dit hoeft dus eigenlijk niet zo’n probleem te zijn. De levende watervlooien zorgen er in ieder geval voor dat de vissen iets voor hun kostje moeten doen.


Foto boven: Neonheterandria elegans, Henn 1916.


Voor jonge vissen hanteer ik een andere aanpak. Deze krijgen bij mij de eerste maanden hoogwaardig voer zoals Artemianaupliën. Om goed te kunnen groeien is dit noodzakelijk. Verder is de relatieve darmlengte bij jonge vissen kleiner, waardoor ze minder voedingsstoffen uit laagwaardig voedsel kunnen halen.

Of bovenstaande op de lange termijn tot gezondere vissen in mijn aquarium weet ik nog niet. Dit laat zich moeilijk beoordelen. Ik ga het in ieder geval voorlopig eens vol houden en kijken wat de resultaten zijn.
Mochten andere leden andere ervaringen of beelden hebben, dan lees ik dit graag in een volgend nummer van Poecilia Nieuws.


Foto boven: Girardinus metallicus, Poey 1854

Literatuur:J.L. Kelley, A.E. Magurran & C. Macías García 2006. Captive breeding promotes aggression in an endangered Mexican fish.Biological Conservation (133):169-177
Tekst :Kees de Jong.
Foto`s: Leo van der Meer.

zondag, juni 29, 2008

Carlhubbsia Kidderi. (Hubs,1936).



Carlhubbsia kidderi. (Hubs,1936).









Synoniem:
Allophallus kidderi (hubbs,1936).
Aullophallus kidderi (Scrimshaw,1945).

Eerste beschrijving:
Hubbs,C.L. (1936):Fishes of the Yucatan Peninsula. Publ.
Canegie Inst. Washington,no.457.pp.157-287.





Naamgeving :
Dit genus heeft zijn naam te danken aan Carl Hubbs, die ze in 1936 beschreef als het genus Carlhubbsia.
De soort naam is afkomstig van Dr.Alfred v. Kidder, hierdoor is de naam kidderi afkomstig.

Verspreiding:
Carlhubbsia is afkomstig uit Midden Amerika en dan wel uit de volgende landen Guatemala en Mexico.
Carlhubbsia komt voor in Rio Champoton, 18 km van Campeche; Campeche;Rio Champoton,nahe Janateya-34 km aan de oost kant van Champoton; Campeche in Mexico.
In de rivieren waar ze in voor komen leven ze samen met de volgende levendbarende tandkarpers:
Poecilia sp.
Gambusia sexradiata.
Phalllichthys fairweateri.
Verder verschillende kleine zalmachtige en enkele Chiclides.

De ander vertegenwoordigers uit het genus Carlhubbsia:
Carlhubbsia bestaat uit twee leden te weten:
Carlhubbsia kidderi. (foto 1 ).
Carlhubbsia stuarti. (foto 2 )


Foto boven C.kidderi

Foto boven C.stuarti.


Uiterlijk:
Carlhubbsia heeft een aparte vorm voor een levendbarende tandkarper, het lichaam heeft iets weg van een schuine kubus, ik vind dit visje een beetje de vorm hebben van een schuine zoute drop, die wij vroeger als kind van onze ouders kregen. Op het lichaam heeft het mannetje 6 tot 12 verticale strepen, net achter de rugvin van het mannetje, heeft Carlhubbsia kidderi een zwarte verticale rug streep, deze streep verschilt erg per mannetje, sommige mannetjes hebben enkel een zwarte punt met een gele vlek, terwijl ander mannetjes echt een zwarte streep achter op de rug vin hebben zitten. Het gonopodium (piemel) van het mannetje is erg lang gerekt. De vrouwtjes zijn iets minder kleurrijk dan de mannetjes en missen de zwarte verticale strepen op het lichaam, ook wordt het vrouwtje iets groter dan de mannetjes. Het verschil tussen Carlhubbsia stuarti en Carlhubbsia kidderi zit hem vooral in het type van het visje, Carlhubbsia stuarti is wat hoger van bouw dan Carlhubbsia kidderi, ook lijken de zwarte verticale strepen duidelijker bij Carlhubbsia stuarti dan bij Carlhubbsia kidderi, verder is er weinig verschil te zien met het blote oog.


Grootte:
Het mannetje van Carlhubbsia kidderi wordt ongeveer 5 cm groot.
Het vrouwtje wordt net een cm groter dan het mannetje.


Verzorging:
Het beste is dit visje met zijn zeer schuwe karakter in een apart aquarium te zetten, in dit aquarium is het vereist om zeer veel fijn bladderige planten te hebben staan. Doordat ze nogal schuw van karakter zijn, hebben ze echt deze fijn bladderige planten nodig om zich tussen te kunnen verstoppen. Maar hebt u deze visjes in een mooie grootte groep zwemmen, is het echt een fantastisch gezicht om ze als groep te zien zwemmen. Dit visje houdt niet zo erg van een stroming, dus is een luchtsteentje al gauw genoeg in het aquarium, op de bodem kunt u gerust wat meervalletjes laten zwemmen, zodat het overtollige voedsel van de bodem wordt op gegeten. Carlhubbsia is een visje dat zich vooral ophoudt in de middelste laag van het aquarium. Het aquarium moet zeker 60 cm groot zijn, om van dit soort een mooi schooltje te kunnen laten zwemmen. Bij een temperatuur tussen de 24 en 26 graden Celsius voelen deze visjes zich het beste thuis.


Voeding:
Carlhubbsia kidderi is een echt alles eter en lust meerdere keren per dag zowel levend, diepvries als droog voedsel. Het beste om zo een groep in stand te houden, is om ze verschillende soorten voedsel in kleine porties enkele keren per dag te verstrekken.
Wel is verstandig om de visjes niet al te grote brokken voedsel aan te bieden, want ze hebben nu eenmaal niet al te grote bekjes. Uiteraard lusten de jongen hetzelfde voedsel als de ouders, maar om ze lekker te laten groeien is het verstandig om net uitgekomen pekel kreeftjes te verstrekken, verder al het andere klein levend voedsel is geschikt voor dit visje ( BV pantoffel diertjes).

Kweek:
Uiteraard is bij een goede verzorging, dit visje niet een erg moeilijke kostganger en zorgt al gauw voor een nestje jongen visjes. Een worp ligt meestal tussen de 30 a 50 jongen per keer, die na een goede verzorging snel hun volledige grootte bereiken en op hun beurt weer voor jongen zorgen, dus voor u het weet is u aquarium erg vol, zodat u andere mensen weer aan dit wat schuwe maar mooie visje kunt helpen.

Literatuur:
M.K.Meyer,L.Wischnath&W.Forster (1985).Lebengebarendee Zierffisch.Arten de Welt.Mergus.Melle.Duitsland R.R.Miller (2005):Freschwater Fisches of Mexico. The University of Chicago Press. Chicago,U.S.A. M.Kempkes&F.Schafer (1998): Lebengebarende der Weld- Morfelden-walldorf:a.C.S (aqualog)C.Schafer.

Met dank aan Johan van der Wind, voor het gebruiken voor de vissen die op de foto staan.


Tip kijk eens via internet naar http://www.vivani-fishfood.nl/ voor het beste en betaalbare visvoer.

Tekst : Leo van der Meer.
Foto`s :Leo van der Meer.

N.B foto`s en teksten mogen gebruikt worden mits er toestemming voor gevraagd is.
l.meermancaniello@upcmail.nl

zondag, maart 09, 2008

Op Zoek naar Zwaarddragers 2002. deel 1/4.

Op zoek naar zwaarddragers Mexico 2002, deel 1 laatste deel.

Doordat dit een dagboek site`is, is het helaas onmogenlijk om deel 1 van het begin alles op de juiste volgorde te plaatsen. Voor u is het het hierdoor het beste om te beginnen bij het eerste deel Februari 2008, en eindige bij dit laatste deel.


De auteur,fotograaf in zijn vissen kamer (foto Barbara Bos vrouw van).
Deel 1 bestaat uit 4 delen, geschreven door Kees de Jong en foto`s gemaakt door Leo van der Meer.Toen ik ooit aan deze site`begon dacht ik als ik 1000 lezers zo ver kan krijgen om mijn site`te bekijken ben ik trost, vandaag na ruim 1,5 jaar is mijn 20.000 ste bekijker langs geweest.Dit doet mij erg veel plezier, ook dat er uit zoveel verschillende landen dagelijks gekeken wordt naar deze site`is voor mij een grote eer.
Er wordt wekelijks gekeken door meer dan 400 kijkers,lezers uit meer dan 60 verschillende landen.

Op zoek naar zwaarddragers Mexico 2002 deel 1 laatste deel.
Foto boven X.montezumea.

Maandag 28 oktober
We waren vroeg op om vissen schoon te maken. Deze dag wilden we enkele
biotopen bezoeken die in de buurt van het hotel lagen. Door de Hwy 70 in de
richting van Río Verde te volgen, kwamen we langs deze biotopen.


Foto boven op deze manier worden vissen gevangen en verdeeld.
7. Puente el Naciemento
Deze vangplaats ligt op 23 km vanaf CD Valles in de richting van de stad Río
Verde aan Hwy 70 bij het plaatsje Santa Anita. Door een smal pad langs de
brug naar beneden te volgen kwamen we bij de rivier. Het water was troebel
en in de diepere gedeeltes snel stromend. De locale bevolking gebruikte de
plek onder de brug om zichzelf en hun kleren te wassen en toen wij er waren,
werden er ook nog enkele paarden gedrenkt. Ook hier vingen we weer de
meeste vissen tussen de planten. De hier aanwezige Nezahuacoyotl
zwaarddragers bevinden zich allemaal tussen de planten. Met behulp van het
sleepnet wisten LUIS en ik hier een grote groep van te vangen. JUAN CARLOS
loopt verder stroomafwaarts, waar de stroming minder was en het riviertjebijna dichtgegroeid met allerlei soorten planten.
Foto boven een kreeftje uit Mexico.
Hier wist hij een aantal kreeften te vangen. De waterplant Alternanthera zowel onder- als bovenwatervorm groeien op sommige plaatsen in grote bossen.Ook in de natuur was de onderwatervorm prachtig rood gekleurd.Ook kwamen we de kosmopoliet Riccia fluitans (watervorkje) in ronde bollen tegen.


Foto boven X.nezahuacoyotel.
Aangetroffen soorten:
• X. nezahuacoyotl
• Poecilia sp
• Astyanax
• Kreeftjes
Watertemperatuur 25°C, Ph 7 en Gh 29.
Boven bij de brug bevond zich een zeer eenvoudig optrekje waar we nog iets
gaan drinken. Hoewel erg eenvoudig en er niet veel geld aan het interieur is
besteed, zag alles er keurig uit. De uitbaatster had met behulp van planten
een leuke sfeer weten te creëren. Ze verkocht ook dagschotels, maar wij
hadden geen tijd om deze te proberen. We gingen verder richting Río Verde
naar het biotoop bij Tamasopo. Ik had al enige tijd last van mijn buikstreek, ik
was natuurlijk in culinair oogpunt niets gewend, en dat werd er niet beter op.
De pijnscheuten werden af en toe heviger en het begon er op te lijken alsof
de wraak van Montezuma mij had getroffen.

Foto boven 2 mannetjes X.alvarezi.
8. Tamasopo
De naam is een verbastering van het Indiaanse “Tam Azote”, dat plaats
van de waterval betekent.
Dit biotoop wordt geheel terecht vaak in de literatuur genoemd. De fraaie
watervallen en het prachtige heldere water vormen een waar el dorado. Het
geheel is toeristisch en om bij het water te komen moest entree worden
betaald. Het vangen van vissen was beneden bij de watervallen verboden,
maar we kregen toestemming om boven de watervallen vissen te vangen.
Na eerst een tijdje beneden gekeken te hebben naar de fraaie Montezuma
zwaarddragers, de vele cichliden en de indrukwekkende molly’s (P. cf
mexicana) klommen we omhoog om daar ons geluk te beproeven. Het riviertje
dat een stukje verderop naar beneden stort is erg helder en hier treffen we
dezelfde soorten als beneden aan. Het water wordt verder nog door een
aantal witte ganzen gebruikt. Er zitten opvallend grote Montezuma’s en een
prachtig groot vrouwtje trekt ook onze aandacht. Ze zwemmen in de buurt
van de bodem en actieve mannetjes zijn goed zichtbaar. Een uitdaging om te
proberen enkele van deze fraaie visjes te vangen. Dit blijkt erg tegen te
vallen. Het lukt ons niet om ook maar één zwaarddrager in het net te krijgen.


Foto boven X.clemensia.
De overige vissen komen wel in grote getale in het net, maar daar zijn we
minder in geïnteresseerd. Ik besluit nog wel om enkele cichliden mee te
nemen, maar daar blijft het bij. Ook mijn verslechterende fysieke staat draagt
er toe bij dat mijn enthousiasme afneemt en ik liever in de zon ga zitten om te
genieten van het prachtige natuurlijke aquarium voor mij. Tussen de
plantenresten hebben we nog wel enkele kreeften gevangen en JUAN CARLOS
gaat nog verbeten op jacht. Het zonnetje is lekker warm en ik kijk dit rustig
aan.

Foto boven koppel X.montezumea.
Aangetroffen soorten:
• X. montezumae
• Cichliden, mogelijk ook Herichtthys tamasopoensis
• Poecilia mexicana
Het lukt echter niet om de zwaarddragers te vangen en we besluiten weer
richting hotel te gaan. Onderweg passeren we de afslag naar het noorden in
de richting van de vangplaats van Xiphophorus continens. Het gebied waar
deze erg op X. pygmaeus lijkende soort is gevangen, is te ver om nog naar
toe te rijden, maar we besluiten een stuk in de richting te gaan en daar in de
eerste de beste rivier toch een poging te wagen. Mijn enthousiasme is niet
erg groot maar we stoppen toch bij de eerste brug die we tegenkomen.


Foto boven X.montezumea.

Geschreven door Kees de Jong.
Foto`s Leo van der Meer.
Portret foto`s van Auteur fotograaf, Barbara Bos (vrouw van).

zaterdag, maart 01, 2008

Op Zoek naar Zwaarddragers 2002 deel 1/3.

Op zoek naar zwaarddragers Mexico 2002.


Foto boven Xiphophorus nigrensis.
Zaterdag 26 oktober
Op deze dag gingen we van Huejutla naar Cuidad Valles. Aangezien deze
afstand niet erg groot is, hadden we tijd om onderweg enkele biotopen te
bezoeken. We stonden om 6.15 uur op en nadat we het water van de vissen
van locatie 3 hadden ververst gingen we ontbijten. Nadat we de auto hadden
ingepakt, vertrokken we om 8.30 uur richting CD Valles. Eerst in de richting
van Tamazunchale en daarna via de Hwy 85. Dit is een goed begaanbare
weg en het schoot dan ook goed op.


Foto boven de vlag van Mexico.

4. Puente Escalar
Aan Hwy 85 van Huejutla naar Cuidad Valles, iets voor het plaatsje
Picholco.Dit was een klein stroompje onder de weg door. Helder stromend
water met veel keien. Op de diepste plaatsen was het ruim anderhalve meter
diep. In smalle gedeelte was veel overhangend gras. Naast het stroompje
stond een hut met een oude man die maïs van de kolven stripte. Als huisdieren
werden er enkele apen gehouden.
Aangetroffen soorten:
• Xiphophorus variatus
• Gambusia panuco
• Poecilia spec.
• Cichliden
• Astyanax


Foto boven X.variatus La Laguna.
De cichliden sprongen uit water en bleven soms aan oppervlak liggen. Een
uitermate vreemd gedrag dat we op andere plekken bij deze vissen niet waar
hebben genomen. Hoewel er prachtige uitgegroeide exemplaren van
Xiphophorus variatus rondzwommen, lukte het ons niet om deze te vangen.
Deze platy’s bleven telkens in de buurt van de bodem en wisten daardoor aan
onze netten te ontkomen. Uiteindelijk hadden we met veel pijn en moeite twee
volgroeide mannen en vier jonge dieren kunnen vangen. Deze werden verpakt
in de hoop dat er een vrouwtje bij zou zijn. Thuisgekomen bleken de ongepaarde
vinnen van de dominante man geel te zijn en bevinden zich op het lichaam een
aantal verticale banden. Eén van de jonge visjes bleek een vrouwtje.
Het was de bedoeling om onderweg de Río Axtla, waar onder andere
Xiphophorus cortezi en Xiphophorus pygmaeus voorkomen ook nog te
bezoeken. Doordat we allemaal zaten te slapen, zijn we hier voorbij gereden
en zagen ineens het bord met de aankondiging van de Río Coy.

Foto`s boven Rio Coy, foto`s gemaakt door Kees de Jong.

5. Río Coy
Dit was op het moment van ons bezoek een vrij brede diepe rivier (ca 12
meter) met troebel snel stromend water. Aan de oever overhangend gras en
(moeras)planten in de minder snel stromende gedeeltes. Een fraai gezicht
was de grote ijsvogel die boven de rivier vloog. Waarschijnlijk ook op zoek
naar levendbarende tandkarpers.
Tussen de planten werden de meeste vissen gevangen.
Aangetroffen soorten:
• Xiphophorus. multilineatus (in grote hoeveelheden)
• X. variatus
• Pseudoxiphophorus jonesi
• Zalmpjes
• Poecilia mexicana
• Cichliden
• Gambusia vittata
• G. panuco
Verder krijgen we nog twee soorten garnalen in ons net, een grote garnaal,
Macrobrachium spec. met lange armen en kleine doorzichtige met groene
eitjes.
Foto boven X.variatus La Laguna.
Het water stond erg hoog en enkele van de zithoekjes stonden onder water.
Aangetroffen soorten:
• X. nigrensis
• G. vittata
• G. panuco
• Astyanax

Foto boven Xiphophorus nigrensis.
Watertemperatuur 23°C, Ph 7 en Gh 25!
Van X. nigrensis vingen we twee typen mannetjes, grote met een geelzwart
zwaard en kleinere met nauwelijks een zwaard, die sterk aan X. pygmaeus
doen denken. Deze aantrekkelijke soort bleek eenvoudig te vangen, aangezien
er vaak veel vissen op de stenen aan het ‘grazen’ waren.
Volgens de andere bezoekers komt ook de beensnoek Atractosteus tropicus
er voor. Op deze soort werd door hen op andere dagen gevist.
Nadat we de wandeling terug hadden gemaakt gingen we weer naar hotel
Taninul. Aangezien we vroeg aangekomen waren, hadden we nog tijd om
enige tijd in het zwembad door te brengen en bier te drinken in het niet al te
gezellige restaurant.
21º44”56.3’ N
98º57”27.4’ W
Hoogte: 63 meter.
Watertemperatuur 23°C. Ph 7,5 en Gh 18. De hardheid ging bij deze biotoop in
verhouding tot de eerdere snel omhoog en de hoge hardheid speelt vermoedelijk
ook een rol bij het houden van de vissen uit deze biotoop in het aquarium.
Om 16.45 uur vertrokken we naar CD Valles. Van onder andere de Engelsen
die dit gebied vaak hebben bezocht, hadden we gehoord dat Hotel Taninul
een goede plaats was om te verblijven en om van daaruit de andere biotopen
in het Panuco-stroomgebied te bezoeken. Dit hotel lag aan de Hwy 70 in de
richting van de kustplaats Tampico. Ongeveer 12 km na CD Valles vonden
we het luxueuze hotel. De entree van dit in Spaanse stijl gebouwde hotel
was indrukwekkend en de prijzen bleven hierbij niet achter. Voor een
tweepersoons kamer moest 490 pesos per nacht worden betaald. De sterke
zwavellucht die in het hotel hing, werd door ons niet echt gewaardeerd.

Zondag 27 oktober
Het had ’s nachts al heel hard geregend en ook bij het opstaan was dit nog
het geval. Na het ontbijt gingen we ’s ochtends eerst weer de vissen
verschonen. LUIS had slecht geslapen en daarom besloot ik te rijden. Eindelijk
was er voor LUIS ook een wat rustige dag.

Foto boven Rio Choy waar de heren de vissen uit vingen.

6. Río Choy

In eerste instantie waren we voorbij het hek gereden, dat vlakbij Hotel Taninul
bleek te liggen. Nadat we terug waren gereden, hebben we de auto geparkeerd
en zijn met een bepakking bestaande uit de vangspullen, fototoestellen etc
aan de wandeling begonnen. Na een eindje lopen, kwam ik er achter dat ik
mijn fototoestel in de auto had laten liggen en besloot terug te gaan. JUAN
CARLOS nam mijn net over en na het toestel opgehaald te hebben haalde ik ze
na enige tijd weer in. Volgens MACALLISTER is het 40 minuten lopen naar de
bron. De luchtvochtigheid was groot en dus werd het zweten. Het
geasfalteerde pad was goed begaanbaar, alleen een omgevallen boom
versperde af en toe de doorgang. Na 47 min bereikten we de bron uit de El
Abra bergen met fraaie namaak houten zitjes van beton. Opvallend waren
de grote bossen bamboe die er staan. Het water stond erg hoog en enkele
van de zithoekjes stonden onder water.
Aangetroffen soorten:
• X. nigrensis
• G. vittata
• G. panuco
• Astyanax


Foto boven X.nigrensis.
Watertemperatuur 23°C, Ph 7 en Gh 25!
Van X. nigrensis vingen we twee typen mannetjes, grote met een geelzwart
zwaard en kleinere met nauwelijks een zwaard, die sterk aan X. pygmaeus
doen denken. Deze aantrekkelijke soort bleek eenvoudig te vangen, aangezien
er vaak veel vissen op de stenen aan het ‘grazen’ waren.
Volgens de andere bezoekers komt ook de beensnoek Atractosteus tropicus
er voor. Op deze soort werd door hen op andere dagen gevist.
Nadat we de wandeling terug hadden gemaakt gingen we weer naar hotel
Taninul. Aangezien we vroeg aangekomen waren, hadden we nog tijd om
enige tijd in het zwembad door te brengen en bier te drinken in het niet al te
gezellige restaurant.
Foto`s Leo van der Meer.
Tekst Kees de Jong.
Foto`s vanglokatie Kees de Jong.
Foto`s vlag Mexico van internet.

zaterdag, februari 23, 2008

Op Zoek naar Zwaarddragers Mexico 2002 deel 1/2.

Op zoek naar Zwaarddragers.
Vervolg deel 1/2



Foto boven Xiphophorus helleri (rio Atoyac)

Donderdag 24 oktober
Richting Huejutla. Vetrek om 7.45 uur. We reden door een sprookjesachtig
mooi landschap met een veelheid aan kruid- en heesterachtigen vol bloemen
en ook veel bekende en onbekende agaven en cactussen.

1. Puente Río Venados (Metzquitlan)
Highway 150 passeert deze en de rivier ligt in een dal. Ook hier in de omgeving
veel cactussen. We waren eerst van plan om de auto tot vlak naast de rivier
te rijden, maar deze kwam vast te zitten tussen een boom en een muur.
Gelukkig lukte het om met vereende krachten ons vervoermiddel zonder schade
weer los krijgen. Daarop besloten we om de brug over te steken en vervolgens
daar naar beneden te lopen. De rivier had helder stromend water. De meeste
vissen vingen we in de kleine ondiepe aftakkingen, waar minder stroming
was.

Foto boven:Poeciliopsis gracilis.
Aangetroffen soorten:
• Poeciliopsis cf. gracilis
• Poecilia mexicana
• Pseudoxiphophorus jonesii
Temperatuur water 18ºC. Hoogte: 1.348 meter
20º27’50.4” N
95º40’20.1” W


Foto boven Xiphophorus pigmeas gold 1 vrouw en 2 mannen.

Hierna de afslag bij Ixtlahuaco naar Calnali. We hadden een prachtige rit
door de Sierra Madre Oriental. Na een heel stuk al slingerend te zijn
geklommen, arriveerden we ineens op de vlakke hoogvlakte. Ineens leek het
wel op ons platte landje. Onderweg gingen we eten in Zacualtipan in een
zeer eenvoudig uitziend vis- en garnalen restaurant. Alle gerechten werden
meteen na de bestelling bereid en het smaakte uitstekend. Hierna vervolgden
we onze tocht richting Calnali.


Foto boven Xiphophorus montazumae

2. Chicuapa
Dit is een klein riviertje voor Calnali bij twee huisjes onder de brug. Een
vrouw gebruikte het water om de was te doen. Aan de boom was met een
stuk touw een varken gebonden. Helder stromend water met een bodem van
rotsen en rolkeien. De rotsen waren begroeid met algen en op een aantal
plaatsen was er overhangend gras.

Foto boven Xiphophorus birchmanni.
Aangetroffen soorten:
• Pseudoxiphophorus jonesii
• X. cf birchmanni
• Cyprinodon
• Kreeftjes



Foto boven Cambarellus montezumae montezumae.
Deze vissen worden door de locale bevolking “poistas” genoemd.
Watertemperatuur: 21,5ºC. Hoogte: 1.014 meter.
20º53’30.7” N
98º36’40.2” W
Van Calnali naar Huejutla. Later bleek er een nieuwe weg binnendoor, maar
wij hadden nog een kaart van 2000 en hadden deze kortere route gemist.
Hierdoor waren we gedwongen om allerlei kleine onverharde weggetjes
binnendoor te nemen. Onderweg hadden we wel een paar keer een prachtig
uitzicht bij het langzaam omhoog klimmen op deze weggetjes. Helaas bleek
de weg niet erg eenvoudig te vinden en ondanks de vele malen dat LUIS de
richting vroeg, kregen we niet de indruk dat het erg opschoot. Een aantal
stukken van de weg bleken nauwelijks begaanbaar. Zeker toen het donker
begon te worden en we al geruime tijd onderweg waren begon de reis te
vervelen.

Foto boven Xiphophorus helleri (aquarium stam).
Uiteindelijk vonden we iemand die ons de kortste weg naar Huejutla
wist te wijzen en uiteindelijk kwamen we om 22.00 uur hier aan. Het door
DAVE MCALLISTER aangeraden hotel Posada vonden we aan de dure kant.
JUAN CARLOS nam het initiatief en vond het aan het plein gelegen hotel San
Carlos (what’s in a name) voor ongeveer een derde van de prijs (Pesos 350
per nacht voor 5 personen). Dit hotel bleek zeker in verhouding tot de lage
prijs een prima accommodatie te bieden.
Nadat we de auto hadden uitgeladen, namen we nog een snack bestaande
uit taco’s, gingen de vissen verschonen en naar bed.

Vrijdag 25 oktober
Aangezien het de vorige avond redelijk laat was geworden, stonden we later
op dan we gewend waren.
Na het controleren van de vissen, gingen we ontbijten en daarna naar de
bank om dollars te wisselen.
Vertrek om ca. 10.45 uur naar de Río Claro. Onderweg waren er erg veel
mistbanken en dus werden we gedwongen om erg langzaam te rijden. Op
een dergelijke hoogte in de bergen komt dit regelmatig voor en borden met
de tekst “zona de niebla” gaven dit ook reeds aan. In het mistgebied
fantastische varens langs de weg tussen de rotsen met bladeren van wel 1½
meter lang.
We namen vanaf Hwy 105 van Huejutla naar Pachuca de afslag richting
Otongo. Door het beperkte zicht konden we nog steeds niet opschieten en
pas nadat we in de richting van de vallei afdaalden, werd het zicht beter en
konden we (lees LUIS) weer wat doorrijden tot aan de rivier de Río Claro.


3 Tamala
Bij dit plaatsje is een brug over de Río Claro waar we vissen gingen vangen.
Een brede stromende rivier die net als bijna alle andere stromende waters
wordt gebruikt om te wassen. Brede rivier met sterke stroming in het midden
en een bodem van kiezels en zand. In de rivier zwom een aantal
muskuseenden. Op de oever zat een grote groep van verschillende soorten
vlinders.
Aangetroffen soorten:
• Gambusia vittata
• Xiphophorus sp
• Poecilia mexicana
• Cichliden
• Zalmpjes

20º59’43.9” N
98º48’00.0” W
Hoogte: 297 meter.
Watertemperatuur 24°C. Ph en Gh 8.
De vissen zijn moeilijk te vangen door de aanwezige grote stenen. Met een
handnet aan de andere oever lukte het om een aantal Xiphophorus te vangen.
Deze houden zich voornamelijk tussen de wortels van de bomen en het
overhangende gras op. Er waren geen waterplanten aanwezig. De gevangen
Xiphophorus zijn lastig te determineren.


Foto boven Xiphophorus birchmanni ____Foto boven Xiphophorus malinche.
Het is bekend dat in de natuur soorten als X. malinche en X. birchmanni samen
voorkomen en dat er ook hybriden tussen deze twee soorten aanwezig zijn.
Dit maakt het bepalen van de juiste soort er natuurlijk niet eenvoudiger op.
Naar mijn mening wordt het dan bijna ondoenlijk.
Naast de echte hybriden kunnen dan ook nog alle tussenvormen voorkomen en
of een gevangen vis dan nog X. malinche is of voor bijvoorbeeld driekwart uit deze soort
bestaat is niet meer te bepalen.
Zeker als we dan nog nagaan dat de soort in de natuur nog erg variabel is. En
was de eerst beschreven vis dan wel een ‘zuiver’ exemplaar?
Op de terugreis was er minder mist, maar veel vrachtauto’s en natuurlijk de
overal aanwezig topes (verkeersdrempels), waardoor het toch nog tot 18.45
uur duurt voordat we weer terug zijn in Huejutla. Na de maaltijd bezoeken
we het internet café, om de contacten met het thuisfront te onderhouden.
Nadat we het water van de vissen hebben ververst, gaan we om ongeveer
23.15 uur naar bed.
Einde deel 1 tweede episode.
Geschreven door Kees de Jong.
Foto`s Leo van der Meer.
Foto`s vanglokatie Kees de Jong.