vrijdag, februari 16, 2007

Neoheterandria elegans.

Neoheterandria elegans.


Het vrouwtje Neoheterandria elegans.


Synoniem : Geen.

Eerste beschrijving :Garman,S (1895) The cyprinodons.
Mem.Mus.Comp Zool., vol, 19,no.1:pp.1-179.




Een koppeltje Neoheterandria elegans.

Naamgeving:
Neo betekent:nieuwe.
Heter in het latijns hetras en dat betekent : verschillend.
andria betekent : manelijk.
elegans betekent : schoon,sierlijk.

Dus vrij vertaald betekent de naam Neoheterandria elegans, Nieuwe verschillende mannelijke schoonheden.

Verder valt deze groep onder de groep vissen Levendbarenden wat betekent dat ze levenden jongen ter wereld brengen.
Tandkarpers is de groep vissen waar ze in onder verdeelt zijn wetenschappelijk.




Vrouw Neoheterandria elegans.

Verspreiding : Rio Truando Colombia.


De rivier waar neoheterandria elegans voor komt foto komt van internet.
Uiterlijk :Bij de mannetjes wordt het glinsterende zilver
door een aantal onregelmatig brede dwarsbanden onderbroken.Zowel in de rugvin als de staartvin is kleur te ontdekken. Op het lichaam van het vrouwtje is de grondkleur in hoofdzaak bruinachtig-groen.


Een vrouw Neoheterandria elegans.





Grootte : Dit is het kleinste levendbarende tandkarpertje in de groep
van de levendbarende tandkarpers,vaak wordt gedacht dat Heterandria formosa de kleinste is
maar Heterandria formosa is met zijn mannen ongeveer 2 cm en vrouwen ongeveer 4 cm net iets groter dan Neoheterandria elegans die net een fraktie kleiner is. Van Neohetrandria zijn de mannen tot ongeveer 2,5 cm en de vrouwtjes worden niet groter dan 3,5 cm.



Een volwassen koppel Neoheterandria elegans.


Temperatuur :De beste temperatuur ligt tussen de 23 graden celcius en 27 graden celsius maar net iets warmer of net iets kouder is ook niet echt een probleem.
Neonheterandria is eventueel zelfs op huiskamer temperatuur te houden in een klein aquariumpje van 20 liter.



Wat een klein vrouwtje zie blad.


Verzorging :Neoheterandria is niet echt een moeilijk visje om te houden maar enkele tips wil ik u graag geven. Het beste is om Neoheterandria elegans in een klein aquariumpje appart te houden. In het verleden wilde ik nog wel eens de fout maken om ze samen met wat grotere visjes samen in een aquarium te houden, helaas werden ze op lange duur onder drukt door de wat grotere vissen en hierdoor raakte ik ze dan
kwijt. Nu zet ik dit mooie visje in een klein aquariumpje apart met wat kleinere plantjes waar ze zich lekker in verschuilen kunnen meestal gebruik ik wat java mos en waterpest hiervoor. In deze fijnere planten kunnen de jongen die maar 2 mm lang zijn zich lekker schuil houden. Bij dit mooie visje zwemmen een paar kleine garnaaltjes bv vuur,bijen of Christel red garnaaltjes die het te veel aan algen op eten. Als bodem beddekking gebruik ik
Rivierzand die ik gewoon bij de bouw markt koop.





Een man van Neohetrandria elegans.


Als verlichting is het beste een speciale UV lamp te kopen zo dat dit visje zich op zijn mooist aan u kan tonen. Er wordt ook beweerd dat u dan meer jongen kunt krijgen maar daar geloof ik niet zo in. Maar als voor u een speciale UV lamp te duur is kunt u ook een gewone kleur 29 (warm wit) Philips gebruiken. Verder raad ik u aan om een klein binnen filtertje te gebruiken of gewoon een bruis steentje dit voldoet ook uitstekend. Verder raad ik u wel aan een dek ruit te gebruiken. Springen door het kleinste gaatje, is voor dit visje een uitdaging. Gevolg is dat u de volgende dag allemaal gedroogde visjes vindt, dat kan niet u voorkeur van uw hobby zijn. Als tip raad ik u aan om tussen het aquariumpje en het afdek ruitje en het lucht slangetje wat filter materiaal te doen.
De reden hiervan is dat zelfs dit kleine openingetje tussen aquariumpje en afdek ruitje groot genoeg is om door heen te springen (het lucht slangetje zorgt voor wat ruimte) vandaar dat ik wat schuim rubber tussen het aquariumpje en dek ruitje doe.





Wat een schoonheid.


Kweek : Het beste is om met een klein groepje te beginnen van bv 4 mannen en twee vrouwtjes het liefst van verschillende leeftijden, dit om het op eten van de jongen visjes door de ouders zoveel mogelijk te verkomen. Het bijzondere van Neoheterandria is dat de jongen niet in een worp door het vrouwtje worden los gelaten (zoals bij vele andere tandkarpers wel het geval is), maar dat er over een periode van enkele dagen tot een week bijna dagelijks een aantal jongen wordt geboren. In het lichaam van het vrouwtje zijn tijdens deze periode dan ook jongen in verschillende ontwikkelingsstadia aanwezig .De periode tussen de verschillende worpperiodes is 12 tot 14 dagen.






Twee volwassen vrouwtjes.


Dit verschijnsel wordt superfoetatie genoemd. Verder geeft de kweek weinig problemen als men ten minste wel over klein voedsel beschikt. De jongen zijn heel erg klein en zijn ongeveer 2 mm groot als ze te wereld komen. Als men voor voldoende schuil mogelijkheden zo als bv fijn bladderige waterplantjes zorgt, zodat de piep kleine jongen zich kunnen verschuilen tussen de fijne bladeren hiervan kunnen de jongen en de wat grotere visjes samen in het aquarium verblijven.
Verder is het heel erg belangrijk om over zeer klein en fijn voedsel te beschikken, maar hierover zo dadelijk meer.



Man Neoheterandria elegans.


Voedsel
: Iets wat heel erg belangrijk is bij dit kleine visje en de zeer kleine jongen is het voedsel. Heel vaak verspeelt men visjes door het verkeerde voedsel te gebruiken, en in dit geval is het voedsel heel dikwijls te groot. Het beste is voor dit visje om zeer fijn infuus voer zoals bv pantoffel diertjes te gebruiken. Verder is artemia-nauplien onmisbaar om dit visje te kweken. Verder kunt u stof fijn droog voedsel gebruiken tegenwoordig is er ook gedroogde artemia te koop bij de gespecialiseerde specialist te koop. Ik zal u nog een kleine opsomming geven van het voedsel, wat u ook hiervoor ook nog kunt gebruiken echter is hier niet zo gemakkelijk aan te komen dat is het volgende voedsel Azijn aaltjes,Tropische infuus, grindel wormpjes, fijne cyclops door u te vangen zomers met een fijn schep netje en door een zeer klein artemia zeefje gezeefd en verder al het zeer kleine levende slootvoer dat ook geschikt is voor uw oudere aquarium visjes.




Een volwassen koppel.


Woord van de schrijver : Dit stuk draag ik op aan mijn aller liefste vrouw die helaas de zeer zware ziekte kanker heeft, en hier iedere dag tegen moet vechten om deze verschrikkelijke ziekte te overwinnen. Ik draag dit stuk vooral op omdat ik haar vecht kracht en doorzetting vermogen zeer waardeer zij geeft mij de kracht om iedere keer voor u zulke mooie stukken te schrijven en te fotograveren. Zonder haar had ik nooit zulke mooie stukken kunnen schrijven, en haar kritiek op sommige foto`s heeft mij geholpen om zulke mooie foto`s te kunnen maken van de vele verschillende aquarium vissen.

Literatuur : Ges Literatuur:.Michael Kempkes (2000): Levendbarende tandkarpers – Baarn: Tirion Uitgevers BV M.K. Meyer, L. Wischnath & W. Förster (1985): Lebendgebärende Zierfische. Arten der Welt – Melle: Mergus Verlag.Michael Kempkes & Frank Schäfer (1998): Lebengebärende der Weld – Mörfelden-Walldorf: A.C.S. (Aqualog)C. Tiron Poecilia Picasso onder water een aquarium blad van de werkgroep levendbarende tandkarpers, geschreven door verschillende leden van deze vereniging.



Gefotografeerd en geschreven door Leo van der Meer.


Kijk ook eens op http://www.poecilia.nl/

donderdag, februari 01, 2007

Xiphophorus variatus (meek,1904).

Xiphophorus variatus (Meek, 1904)


Vangplaats La Laguna 2000.

Synoniemen:
Platypoecilus variatus Meek, 1904

Nederlands naam:
Variatus platy. Voor de vele kweekvormen bestaan andere namen, zoals papagaai- en Hawaïplaty.





La Laguna 2000 nu met gele staart.

Beschrijving:
S.E. Meek (1904): The fresh water fishes of Mexico north of the Isthmus of Tehuantepec. Field Columbian Museum - Zoology (5): 1-252



La Laguna 2000 met gele staart .
Naamgeving:

Xiphophorus = zwaarddrager. Uit het Grieks en dit verwijst naar het gonopodium bij de mannetjes.
Variatus = de naam verwijst naar de grote kleurvariabiliteit bij deze soort .


Vissen Kees de Jong.

Verspreiding:
De soort leeft in het oosten van Mexico aan de Atlantische kust. Het leefgebied omvat zuidelijk Tamaulipas, oostelijk San Luis Potosi en noordelijk Veracruz en meet ruim 500 kilometer. De hoogte in dit gebied is 30 tot 1.200 meter.
Hoewel de soort af en toe in de luwe delen van snelstromende rivieren wordt gevonden, bestaat het leefgebied voornamelijk uit poelen, moerassen en vrijwel stilstaande stroompjes.



Een van de vangplaatsen waar X.variatus wordt gevangen.

Puente Escalar foto Kees de Jong..

Uiterlijk:
In verhouding tot X. maculatus heeft deze soort een slankere lichaamsbouw. In kleur, tekening en vorm varieren de exemplaren sterk. Sommige kenmerken zijn geografisch gebonden, zoals lichaamshoogte, tekening in de staartwortel en lengte van de rugvin, maar de meeste kenmerken worden in alle populaties aangetroffen. In sommige populaties komen zeer veel verschillende kleuren voor. Enkele variaties die bij beide geslachten voor komen zijn: één of meer donkere strepen op het lichaam, zwarte punten of vlekken, zwarte dwarsbanden en punten of een halve maantekening in de staartwortel.
De mannetjes kunnen een prachtige gele of rode staartvin hebben. De rugvin is bij deze soort over het algemeen geel. Het lichaam kan zowel blauw als goudkleurig zijn.
De vrouwtjes hebben een drachtigheidsvlek.
De prachtige kleuren die sommige exemplaren hebben, maken van deze soort een echte blikvanger in het aquarium. In de kweekvormen die worden aangeboden is er op bepaalde kenmerken geselecteerd en deze vererven bij alle nakomelingen.


Xiphophorus variatus uit La Laguna 2000

Grootte:
De vrouwtjes worden ongeveer 5,5 cm groot, de mannetjes blijven iets kleiner.


vrouw Xiphophorus variatus.

Verzorging en kweek:
Deze soort stelt weinig eisen en is eenvoudig te houden. Het is een echte omnivoor en alle soorten voedsel zijn goed.. Van mysis tot aan gekookte spruitjes worden geconsumeerd.
De soort kan het beste in een groepje worden gehouden. De eigen jongen worden dan nauwelijks gegeten en er zal altijd een groot aantal overblijven. De temperatuur moet niet al te hoog zijn. Een gemiddelde temperatuur van 21°C is voldoende. ’s Zomers kan deze soort buiten worden gehouden. De vissen komen dan mooier op kleur en worden door de variatie in voedsel ook forser.


Vrouw Xiphophorus variatus La Laguna 2000.

De mannetjes hebben een fraaie balts waarbij ze met de achterkant van het lichaam over het vrouwtje heen gaan. Het is ook een levendig visje, dat af en toe springt. Het is dus van belang om het aquarium goed af te dekken.

Vooral de alfa mannetjes kunnen zeer fraai gekleurd zijn. Meestal bevinden zich in het aquarium ook enkele kleinere mannetjes die fraaie kleuren missen. Het kan meer dan anderhalf jaar duren voordat de mannetjes hun fraaie kleuren hebben.

De vissen in de natuurlijke populaties van deze soort zijn erg verschillend in kleur en de tekening. Bij de kweekvormen is er vaak een vastverervende stam gekweekt met uitgesproken kleuren.


Koppeltje wildvang Xiphophophorus variatus.

Opmerkingen:
In de natuur komen hybriden van deze platy met andere soorten voor. Een hybride met het zwaardplaty (X. xiphidium) is door Meyer & Wischnath per abuis voor een zelfstandige soort aangezien en beschreven onder de naam “Xiphophorus kosszanderi”

Geschreven door Kees de Jong en Leo van der Meer.
Gefotografeerd door Leo van der Meer.
Dit is het eerste stukje ooit door Leo van der Meer geschreven.
Voor werkgroep levendbarende tandkarpers Poecilia.nl http://www.poecilia.nl/


Man X.variatus.

Literatuur:
R.A. Angus (1989): A Genetic Overview of Poeciliid Fishes. Ecology & Evolution of Livebearing Fishes (Poeciliidae) (): 51-68
A.L. Basolo (1995): A further examination of a pre-existing bias favouring a sword in the genus Xiphophorus. Anim. Behav. (50): 365-375
G. de Beurs (1956): Onze levendbarende Xiphophorus variatus. Het Aquarium (2): 44-45
G. de Beurs (1963): Xiphophorus (Platypoecilus) variatus. Het Aquarium (6): 136-137
D. Bork (1991): Aquarienfische und Planzen in Budapester Thermalgewässern. DGLZ-Rundschau (2): 28-30
C. Clapsaddle (1983): Observations on cold resistance in livebearers. Livebearers (68): 7-8
Na jaren van selektie is dit door de mens gecreëerd.

M. Gordon (1953): The ecological niche of the Pygmy swordtail, Xiphophorus pygmaeus, in the Rio Axtla, Mexico. Copeia (3): 148-150
G. Hermann (1968): Beobachtungen bei X. variatus. Aquarien Terrarien (4): 136-136
K. de Jong (1990): De papegaaiplaty, Xiphophorus variatus 'Cuantitlan Izcalli'. Poecilia Nieuws (4): 64-66
K. de Jong (2003): Op zoek naar zwaarddragers in Mexico 2002. Poecilia Nieuws (4): 54-68
K. D. Kallman (1989): Genetic Control of Size at Maturity in Xiphophorus. Ecology & Evolution of Livebearing Fishes (Poeciliidae) (): 163-184
S.E. Meek (1904): The fresh water fishes of Mexico north of the Isthmus of Tehuantepec. Field Columbian Museum - Zoology (5): 1-252
M.K. Meyer (1983): Xiphophorus-Hybriden aus Nord-Mexiko, mit einer Revision der Taxa X. kosszanderi und X. roseni. Zoologische Abhandlungen, Staatliches Museum fur
M.K. Meyer (1986): Lebendgebärende Aquarienfische vom Rio Axtla in Mexiko. DATZ (2): 61-64
M.K. Meyer (1986): Levendbarende tandkarpers van de Rio Coy in Mexico. TI'H (46): 6-9
J. Moar (1997): Xiphophorus maculatus and Xiphophorus variatus. Livebearers (147): 20-23
A.F.J.R.B. Sloet tot Everlo (1948): Platypoecilus variatus. Het Aquarium (1): 1-2
H. Stallknecht (1968): Ethologie hilft richten. Aquarien Terrarien (6): 204-205
L. Wischnath (1996): Wildvormen van het geslacht Xiphophorus deel 3 - platy's. Het Aquarium (1): 7-9
L. Wischnath (1996): De kweekvormen van het geslacht Xiphophorus Deel 2. Het Aquarium (6): 155-158

zaterdag, januari 27, 2007

Endler guppen (Poecilia wingei).

Hoe ik mijn endler Guppy`s houdt.


Top green sword van Rob Starmans.
Ik weet nog goed dat ik lid van werkgroep levendbarende tandkarpers (Poecilia) werd dit is een werkgroep waar liefhebbers van levendbarende tandkarpers elkaar 4 keer per jaar tegen komen.
Hier was een visruilbeurs onder de leden daar zat een zakje echte Endler guppen bij.( ?)
Ik kon natuurlijk wel de gewone gup uit de dierenwinkel met zo een lange staart.
Die had ik al verschillende keren in mijn aquarium zwemmen maar die kweekte en kweekte maar raak.
De jongen gaf je weg aan een aquarium winkel en daar kreeg je dan weer een zakje voer voor.
Dit is eigenlijk achteraf altijd wel een goede basis geweest om te leren kweken en ook te delen
met meerdere aquarium vis liefhebbers.


Top Green Sword van Rob Starmans.


Hier is Fred Poeser Poecilia Wingei aan het vangen in Venuzuaela.
Deze Endler guppy`s waren heel erg mooi, dus meteen een aquarium erbij gezet voor deze echte Endler guppy`s.
Ik had drie koppeltjes van deze mooie visjes.
Ze hadden rood oranje om hun staart heen en klein komma achtig vlekje en ze waren erg glinsterend.
Echt een juweeltje om te zien vind ik nog steeds.
Ze waren lang niet zo groot als in de dieren winkel.
Na een paar dagen kwamen de eerste jongen al het waren er een stuk of tien.
Meteen over geschept, naar een ander bakje natuurlijk was ik gewend van die andere guppy`s.
Later kregen ze steeds weer jongen, en ik vergat ze over te zetten naar het andere bakje.
Hier leerde ik meteen van dat je ze best bij hun ouders kon laten,ze aten niet alle jongen meteen op.

Poecilia wingei.
Er bleven natuurlijk echter altijd wel een paar jongen over als je maar genoeg plantjes erin liet.
Voor je het wist had ik er genoeg dus gingen ze meteen weer mee naar de clubdag.
Gelukkig namen verschillende leden zo een zakje mee en kon ik weer verder met kweken.
Ik werd zelfs uitgenodigd door een van onze leden uit Noord Holland.
Daar eenmaal na een voor mij lange rit aangekomen, zag ik verschillende stammen van verschillende guppy`s.
Een koppeltje zuivere Poecilia wingei.

Een van de zeer mooie vangplaatsen van Poecilia wingei.
Ik dacht in het begin echt dat er maar een stam was van deze vissoort.
Hij had zeker vijf verschillende stammen rond zwemmen.
Ik moest heel goed kijken en daar zag ik echt verschil in de ene stam was wat groter
en de andere stam had weer langere staart vinnen ga zo maar door.
Ze waren echt allemaal heel erg prachtig een lust voor het oog.
Hij had zelfs een stam zitten die waren helemaal blond echt vreemd om te zien.
Deze man kon werkelijk kweken zo heb ik later bijna nooit meer iemand mee gemaakt.


Top Green Sword Endler van Rob Starmans.


Yellow Top Sword van Karen`art.
Toen ik eenmaal thuis was, heb ik echt allerlei boekjes van de bibliotheek gehaald die er maar te vinden waren.
Daar vond ik dan ook foto`s van de echte endler gup in maar zeer weinig echte mooie duidelijken.
Wat ik uit die boekjes las was dat ze uit Venezuela vandaan kwamen .
Later kreeg ik een P.C waar ik op in internet kon zoeken.
Daar stonden verschillende beschrijvingen van verschillende Endler guppen.
Een ding was zeker Prof. John Endler was de eerste die dit visje beschreef.
Hij schreef onder andere dat hij dit visje in 1975 gevonden en gevangen had in "Laguna de Platos".
Hij schreef als uiterlijke kenmerken Mannetjes oranje,zwartomzoomde dubbele zwaard,staartvin.
Onderste vin meestal wat langer,Lichaam vlekkenpatroon allerlei kleuren zoals baby blauw,oranje,rood,groen,goudgeel en zwart.
Een ding schreef hij er wel bij alle mannen hadden dezelfde vlekken patroon.
Alleen de vlekken kunnen variëren
De maat van de mannetjes schreef hij erbij ongeveer 3 cm


Yellow Top Sword Endler van Karen`s art.

Yellow Top Sword Endler foto is uitgekozen door Karen`art.
De vrouwtjes schreef hij als volgt op ongeveer 5 cm zilver, goudachtige glans
een ding kan ik u wel vertellen van dit visje, hij is erg mooi van kleur en kweken gaat redelijk eenvoudig.


Top Green Sword Rob Starmans
Zelf geef ik deze visjes verschillend voedsel zoals:
Rode,zwarte,witten muggen larven,watervlooien,artemia en cyclops.
Goede kwaliteit droogvoer en af en toe sla blaadje geblancheerd.
Ik houd de guppen op huiskamer temperatuur 20-24 graden.
De jongen geef ik Artemia Napulien,cyclops en klein gewreven voedings rijk kwaliteit droogvoer
meestal s`morgens en s`avonds.
De jongen zijn meestal na 4 a 5 maanden geslachts rijp en krijgen dan weer jongen.
Ik zelf houdt altijd meer mannen dan vrouwen bij een kweekgroepje bedrog waarschijnlijk de bevruchting gaat dan vaak beter.


Poecilia wingei.
Ik wil tenslotte nog iets vertellen over het buiten houden hoe of ik dit nu zelf doe.
Ik heb een p.v.c bak buiten staan beter bekend als cement bak( Rechthoekig beter en makkelijker tegen elkaar te zetten)
Deze plastic bak heeft een inhoud van ongeveer 90 liter hier doe ik in het vroege voorjaar regenwater en leidingwater in, zodat de algen lekker kunnen aan groeien.
Ik voeg er altijd wat kh plus bij zodat het water beter geschikt is voor ons soort vis,
voor bodem bedekking gebruik ik wat rivieren zand in iedere bouw markt te verkrijgen.
Ik gebruik als waterplanten altijd water pest en wat soorten plantjes die bij ons in de diepere sloten staan.
Ik wacht totdat het s`avonds wat warmer geworden is,het water is dan s`avonds ongeveer 18 graden.
Dan laat ik een gedeelte van mijn Endler guppy`s (nu Poecilia Wingei geheten) los zodat niet alles mis kan gaan.
Als het eenmaal aanslaat laat ik de rest van de groep los dit is meestal rond half juni.

Poecilia wingei.
Eind August begin September haal ik ze dan weer naar binnen dan zijn ze echt schitterend van kleur.
Ik hoef er nooit veel voer in te gooien omdat het altijd vol zit met muggenlarven en ze hebben genoeg algen om te eten.
Wat ik er wel bij wil vertellen is dat ik ze onder bomen heb staan en met fijn gaas afgedekt is.
Dit om te voorkomen dat ze eruit springen en dat er geen blad in terecht komt.(verzuring).
Ik zelf heb een paar kleine gaatjes, net onder de bovenkant erin gemaakt waar natuurlijk wel water uit kan lopen maar geen jongen visjes door verdwijnen.
Het is echt een schitterend gezicht hoe mooi de vissen in de bakken zwemmen.
Als ik ze dan begin September eruit haal zijn ze zo mooi en sterk dat ik mijn heel goed kan begrijpen hoe ooit Prof Endler ze voor het eerst tegen is gekomen in het wild.

Als ik ze dan weer binnen in mijn aquarium los laat zitten er sterke volgroeide stevige vissen in mijn aquarium.
Mijn menig is naar een paar jaar proefgedraaid te hebben, dat je echt als het mogelijk is vissen zomers buiten zou kunnen laten zwemmen.
Ze worden mooier sterker groter robuuster en voller van lichaam en bouw en net als met meerdere vissoorten gaat de kweek daarna vanzelf van dit mooie miljoen visje.

Geschreven en gefotograafeerd door Leo van der Meer

Tip kijk ook eens op de schitterende Endler site.
En natuurlijk van de werkgroep levendbarende tandkarpers.

Een koppeltje Poecilia wingei.

Dit is nu het gebied Campona waar Poecilia wingei gevangen wordt.
Noot van de schrijver:
Dit is een van de eerste stukjes die ik geschreven heb op verzoek nogmaals geplaatst.
Uiteraard staan er taal fouten in maar het is geschreven door de gewone man.
Dus mocht u zich hier aan storen sorry voor dit ongemak.













donderdag, januari 18, 2007

Xiphophorus Montezumae

Xiphophorus montezumae Jordan & Snyder,1900

Synoniem:
Xiphophorus montezumae montezumae Rosen,1960.

Nederlandse naam:
Montezuma zwaarddrager.

Beschrijving :
D.S. Jordan.& J.O.Snyder (1900):Notes on a colletion of fishes from the rivers of Mexico, with descriptions of twenty new species. Bull. U.S. Fish Comm. (19): 115-147.

Naamgeving :
Xiphophorus = zwaardrager. Uit het Grieks en dit verwijst naar het gonopodium bij het mannetje.
Montezumae = naar de Azteekse keizer Montezuma

Drie foto`s boven Tamasopo in deze rivier komt X.montazumae voor.

Twee foto`s boven Puente Rascon hier komt hij ook voor.
Verspreiding:
Río Tamesi Stroomgebied, Tamaulipas en Río Salto;San Luis Potosi;Mexico.

Grootte :
Mannen ongeveer 5 cm zonder zwaard. Het zwaard van de mannetjes kan in sommige gevallen groter worden dan het lichaam. Er zijn zelfs mannetjes die van punt van hun staart tot punt van hun neus 12 cm meten. Vrouwen ongeveer 6 cm.

Verzorging:
De verzorging van deze zeer mooie zwaarddrager is niet zo heel moeilijk, maar aan een aantal voorwaarden moet worden voldaan. Het opvallendste van deze zwaarddrager is het lange zwaard van het mannetje. Het is de zwaarddrager met relatief het langste zwaard.

De montezumazwaarddrager heeft een ruim aquarium nodig. .Een aquarium met een minimale lengte van de 80 cm is aan te raden. Een van de redenen dat ik deze schitterende Xiphophorus aan mijn collectie wilde toevoegen is de lengte van het zwaard van het mannetje, deze kan soms wel langer zijn dan zijn lichaam. De kleur zwart als tekening en de grondkleur tussen blauw en olijfgroen spraken mij zeer erg aan. Ook het karakter van deze zwaarddrager is zeer goed te noemen. Het is een zwaarddrager die geschikt is voor een gezelschapsaquarium, maar om hem te kweken raad ik toch wel een speciaal aquarium aan. Dit is beter geschikt omdat de jongen vaakdoor andere vissen als lekker tussendoortje worden gezien. Bij mij in het aquarium van 100 bij 40 bij 40cm houd ik ze samen met Poeciliopsis gracilis (ook een levendbarende tandkarper). De reden hiervoor is dat de jongen van zwaarddragers zich het liefst in de onderste waterlaag van het aquarium ophouden. Poeciliopsis gracilis zwemmen het liefst in de hogere waterlagen van het aquarium dus de kans dat ze de jongen van de Xiphophorus tegen komen en op te eten zeker minder maakt.
Foto boven:

Poeciliopsis gracilis die samen met X.motazumae in het aquarium zwemmen.

In dit aquarium bevinden zich ook een aantal van de donkere variëteit van Corydoras aeneus.. Deze zorgen er voor dat het voedsel dat op de bodem terecht komt, wordt opgegeten. Ook zitten er wat algeneters in dit aquarium dit vooral om algen groei tegen te gaan. Als bodembedekking gebruik ik rivierzand dat in iedere bouwmarkt te verkrijgen is. Naast een aantal echte aquariumplanten, gebruik ik ook nog enkele kunstplanten. Verder gebruik ik wat pennen bakjes die ik op de bodem zet voor vluchtgelegenheid voor de jongen. Ook zitten er verschillende stenen en kienhout in het aquarium om het geheel iets aan te kleden. Als filter gebruik ik in dit aquarium een grootte binnen filter van het merk Eheim. Een luchtsteentje houdt het water in beweging, wat een filmlaagje op het oppervlak voorkomt. Dit laagje kan de reden zijn dat er ’s zomers veel vissen sterven. De temperatuur in het aquarium is ongeveer 24°C en loopt soms op tot 28°C in de zomer.

Voedsel :
Een zeer hoogwaardig droogvoer met genoeg vitamines en mineralen en dat zeker niet te oud mag wezen. Levendvoer bestaande uit rode,witte en zwarte muggen larven.cyclops, artemia, watervlooien, mysis en wat ander levendvoer. De jongen geef ik wat Artemia nauplieën en fijn gewreven droogvoer.

Kweek : Bij een goede verzorging is dit Xiphophorus soort niet erg moeilijk tot voortplanten te bewegen. Iedere 24 dagen worden er tussen de 20 à 40 jongen geboren die zo ongeveer 8 mm groot zijn bij hun geboorte. Deze jongen groeien in ongeveer 4 tot 6 maanden uit tot volwassen zwaarddragers maar zijn na ongeveer 1 jaar volledig uitgegroeid tot zeer mooie grote vissen. Hopelijk heb ik u warm kunnen maken voor deze zwaarddragersoort.

Literatuur :
M.K. Meyer, L. Wischnath & W. Förster (1985): Lebendgebärende Zierfische. Arten der Welt – Melle: Mergus Verlag.
Michael Kempkes & Frank Schäfer (1998): Lebengebärende der Weld – Mörfelden-Walldorf: A.C.S. (Aqualog) C. Schäfer – K. Werner Kleurenpracht in het Aquarium. Uitgeverij Nieuwe Wieken n.v.-Amsterdam


Geschreven door Leo van der Meer.
Foto`s Leo van der Meer.

Met dank aan Kees de Jong en Rob Starmans.