maandag, oktober 01, 2007

Limia perugiae

Limia perugiae.

Heer en dame Limia perugiae.
Het genus Limia is afgeleid van het Spaanse woord `Limus’,dat leem betekent (soort klei). Dit verwijst naar de bodem van het biotoop waar ze leven. Limia perugiae is afkomstig van de Dominicaanse republiek, waar ook andere Limia`s vandaan komen.


Een flitsend koppeltje Limia perugiae.
In het genus Limia zitten verschillende zeer kleurrijke levendbarende tandkarpers, waaronder Limia nigrofasciata en Limia melanorgastor, die heel soms ook in aquariumzaken voorkomen. Dit genus Limia, bevat meer dan 20 verschillende soorten, waarvan er enkele in het aquarium gehouden kunnen en worden gehouden, zo ook Limia perugiae. In dit genus zijn Limia perugiae en Limia vittata de grootste van dit genus, Limia perugiae kan als hij volledig uit gegroeid is wel 10 cm groot worden. In verschillende andere landen waaronder Frankrijk, vertelt men dat Limia perugiae uit twee verschillende soorten bestaat, een grote soort die 10 cm groot kan worden, en een kleinere soort die 4 cm kleiner blijft. Kees Baardmans had er erg veel in zijn aquarium zitten, welke hij uit Frankrijk gehaald had. Nadat hij ze ruimer ging houden, en veel water ging verversen, en ze uiteraard op een goed voer zette, werden de vissen groter en werden 10 cm lang, hierdoor twijfel ik of er echt twee soorten Limia perugiae bestaan. Uiteraard ben ik geen wetenschapper dus ik houd mij dan ook op een soort Limia perugiae.

Een dominant mannetje.
Limia perugiae, kan men het beste houden in een groot aquarium, dit vanwege zijn formaat.
Men zegt dat dit soort het beste in een speciaalaquarium gehouden kan worden,(speciaal bedoel ik mee, alleen met dit soort) maar ook in een gezelschap aquarium zijn ze goed houdbaar. Kees Baardmans had ze een jaar of zeven geleden aan mij mee gegeven, maar na een tijdje was ik er op uit gekeken, ik heb ze toen aan gemeentewerken in Amsterdam gegeven, gelukkig zijn ze erg zuinig op mijn vissen geweest, zodat ik er nu op terug kan vallen.
In het aquarium van de gemeente zwommen ze samen in een gezelschapsaquarium, ook hier doen ze het erg goed, uiteraard mits je ze wel genoeg zwemruimte geeft.
Limia perugiae, is zeer vruchtbaar, ze kunnen wel tot 100 jongen in een keer werpen, ze eten hun kroost nauwelijks op, hierdoor is er in het aquarium snel een overschot.


Kijk eens naar die schitterende kleuren.
Als er eenmaal een grote school van dit soort in het aquarium zwemt, krijgt men snel enkele dominante mannen, deze ontwikkelen zich dan tot prachtige forse vissen met een fraaie iriserende glans,een donkere rugvin en een gele staart. De vrouwtjes missen de fraaie kleuren in de vinnen,maar hebben, wanneer ze geslachtrijp zijn, wel de prachtige glans op het lichaam. In de rugvin hebben ze de voor het genus Limia kenmerkende zwarte punt. De nog niet volwassen dieren zijn slanker van vorm en missen de fraaie kleuren van de volwassen vissen.
Het verschijnsel dat een dominant mannetje de fraaiste kleuren laat zien, en bovendien vaak groter is dan de andere aanwezige mannetjes (polymorphisme), kan bij veel levendbarende tandkarpers, die in schoolverband leven, worden aangetroffen. De dominante of alpha-mannetjes zijn duidelijk de baas in de school, en zijn constant bezig om de andere mannetjes te achtervolgen. Ook hebben zij het meest uitgesproken baltsgedrag, waarbij ze met gespreide vinnen voor het vrouwtje pronken. Zeker waneer men nog rekening houdt met het feit, dat de vrouwtjes een voorkeur hebben voor de grootste mannen, lijkt het in de lijn van de verwachting te liggen, dat de nakomelingen afkomstig zijn van de dominante man. Door schart et al is aan de hand van DNA-onderzoek aangetoond dat dit bij de aanwezigheid van twee mannetjes ook al het geval is. Waneer er echter meerdere mannen van verschillend formaat aanwezig zijn, bleek dat de dominante en kleinste mannetjes geen nakomelingen meer hebben.Alleen de tussenliggende mannetjes hebben nakomelingen. Overigens kunnen deze mannetjes nakomelingen in groottes krijgen, waardoor er altijd weer dominante mannetjes ontstaan. Voor meer informatie hierover verwijs ik naar het artikel van C.Elbelding-Denk et al uit 1994.

Een dame Limia perugiae.
Als voeding kun je ze bijna alles geven wat eetbaar is voor aquariumvissen , zowel levend, diepvries als droogvoer. Gelukkig is er tegenwoordig erg veel in de handel verkrijgbaar, en via internet te bestellen dus thuis geleverd, wat u weer veel tijd scheelt. Uiteraard kunt u uw jongen apart opvangen, maar dit is niet nodig, dit omdat ze vele jongen werpen, waar er altijd genoeg van in leven blijven. Uiteraard is het wel raadzaam om uw voer wat kleiner te wrijven tussen duim een wijsvinger, zodat de jongen er ook van kunnen eten.

Een mannetje volledig uitgegroeid.
Door middel van stenen, kienhout en voldoende waterplanten, kunt u schuilgelegenheid maken, dit voor de wat kleinere mannetjes en de jongen, die zich dan voor de grotere of oudere dieren kunnen verschuilen. Verder raad ik wat drijfplantjes aan, waar de jongen zich lekker in thuis voelen. Zelf gebruik ik mandjes met kleine gaatjes, die ik drijvend houd,
door aan beide zijde wat kleine plankjes te bevestigen, hier kunnen wel de jongen maar niet hun ouders erin.(ik gebruik hier zelf vijverplantenbakjes voor, die in vele tuincentra`s aanwezig zijn).
Het genus broertje en zusje Limia vitatta.
Dit stuk heb ik onder andere geschreven voor mijn veel te vroeg overleden vriend Kees Baardmans, die in al de jaren dat ik hem kende, vele aquarium`s vol had met erg veel vissen. In een van deze bakken had hij ook Limia perugiae, hier zaten er echt honderden tegelijk in, en alles bleef altijd leven, terwijl ze kieuw aan kieuw in het aquarium zwommen, dit is mij nooit gelukt, om er zoveel te kweken en in leven te houden. Verder wil ik via deze weg de gemeentewerf Kwakersplein te Amsterdam danken, voor de vissen die ik mocht gebruiken. Voor de foto`s met name Arie heel erg bedankt. Dit stuk heb ik samen met stukken van Kees de Jong geschreven en hopelijk er weer iets spannends voor u van gemaakt.


Let u eens op de mooie schitterende kleuren.
Tekst Leo van der Meer.
Foto`s Leo van der Meer

dinsdag, september 11, 2007

Endlers en guppen

Endlers en guppen : het kweken van hybridendoor Karen Koomans

Al ruim 30 jaar gefascineerd door het houden en kweken van (sub)tropische vissen richt mijn aandacht zich de laatste jaren meer en meer op Poecilia - guppen!
Het subgenus Acanthophacelus kent 2 soorten: Poecilia reticulata (het alom bekende guppy) en Poecilia wingei (het Campona guppy, meer algemeen bekend als "Endler's guppy")."

Poecilia raadsels
Guppy's en endlers betoveren mij door hun enorme verscheidenheid aan kleuren, patronen en vormen. Ik geniet niet alleen van het simpelweg kijken daarnaar, ik zie elke gup ook als een raadsel dat ik graag wil ontknopen. Onder invloed van welke genen zijn die kleuren en patronen tot stand gekomen? Welke invloed hebben kleuren, vormen en patronen in het kader van evolutie? Welke combinaties vergroten de kans op veel nageslacht? Of juist de kans op een vroegtijdige dood door een predator? Hebben bepaalde genen exact dezelfde invloed op P. reticulata als op P. wingei? Welke kleuren en patronen kan ik door doelgericht te kweken combineren en welke niet? Vragen te over...!

Hoe meer ik weet van guppy genetica, hoe meer ik me realiseer hoe complex die materie is. Dat vind ik niet erg, integendeel! Het betekent dat er nog heel veel nieuws te ontdekken valt. Voor mij als persoon, maar ook voor gup genetica kenners en liefhebbers in het algemeen. Ook op het hoogste wetenschappelijke niveau is men nog lang niet uitgeleerd waar het genetica betreft! Dat is één van de dingen waarom ik het doelgericht kweken van guppen en endlers zo leuk vind: er wacht altijd een volgende puzzel, een nieuwe uitdaging.

Endler Hybriden
In dit schrijven richt ik me vooral op de kweek van hybriden: kruisingen tussen guppen en endlers. Daar heb ik me, naast het onderhouden van zuivere endlerstammen, vooral het laatste halfjaar veel mee bezig gehouden. Mijn doel daarbij is niet om dieren te kweken die voldoen aan de show-standaards. Dan zou ik mij beter bij guppen alleen kunnen houden! Mijn doelen hebben te maken met een aantal van de bovengenoemde vragen, over vererving en eventuele soort-verschillen tussen endlers en "gewone" guppen. Ik wil graag leren, begrijpen, onderzoeken... Daarnaast vind ik het leuk om dieren te kweken die anders zijn dan de algemeen bekende guppy en endler stammen. En natuurlijk is het een bonus als die dieren dan ook nog door veel mensen mooi worden gevonden.

Hybride endler stam "Hamburg"

De ontwikkeling van deze hybride stam met de naam 'Hamburg' begon met een toeval. Via via kreeg ik een paartje Cumana guppen, heel verwarrend ook wel "zwarte endler" genoemd. Het is een wildguppy uit Venezuela, geen endler dus maar een "gewone" gup, Poecilia reticulata. Helaas stierf het vrouwtje bij de geboorte van haar eerste jongen. Ik gaf het mannetje mee aan een geïnteresseerde kennis en zette de paar jonkies in een apart aquarium, samen met wat jonge Yellow Top Sword endlers. Ik had er vantevoren niet zó diep over nagedacht, maar verwachtte dat de hybride jongen er uit zouden zien als ofwel een Yellow Top Sword endler, ofwel een Cumana guppy. Afhankelijk van de vader van het jong. Dit vanuit het idee dat de vrouwtjes weinig tot niets zichtbaars zouden vererven. Toch wilde ik zien of dat wel klopte, om die reden zette ik jongen van de 2 soorten samen.Tot mijn verrassing waren de F1 jongen anders! De meeste jongen hadden kenmerken van zowel de Cumana gup als de Yellow Top Sword. Hierdoor kreeg mijn interesse om me te verdiepen in het kweken van endler x guppy hybriden een flinke impuls.


plaatje: cumana guppy (foto leo)

De 'Hamburgers' zijn inmiddels ontwikkeld tot een stam die voor circa 95% zuiver vererft op de voor de stam karakteristieke kenmerken.
Op basis van de ontwikkeling en kenmerken van deze hybrides vermoed ik dat de vrouwtjes van mijn Yellow Top Sword stam de volgende kleurkenmerken kunnen vererven: oranje aftekening direct achter de ogen, een verticale zwarte streep midden-onder op het lijf en fel-oranje aftekeningen op het achterlijf (onder). Ik schrijf hier bewust kúnnen vererven, want of deze kenmerken daadwerkelijk zichtbaar zijn bij het nageslacht hangt ook af van de genen die er tegenover staan. Het kan immers zo zijn dat genen afkomstig van het mannetje óók kleur definieren voor eenzelfde plekje op het lijf (bijvoorbeeld direct achter de ogen).

De meeste 'Hamburg' mannetjes zien er nu uit zoals de bovenste op dit plaatje. De pijlen wijzen op de kenmerken die vermoedelijk via de Yellow Top Sword vrouwtjes zijn vererfd:


Enkele andere voorbeelden van hybride Poecilia lijnen in ontwikkeling:


endler-hybride Dubbelzwaard


endler-hybride grondkleur pink


endler-hybride grondkleur creme (blond plus goud)


endler-hybride grondkleur goud



endler-hybride Lazuli (F1)

Soort specifiek
Een aantal van mijn waarnemingen onderschrijven de conclusie van Poeser, Kempkes en Isbrücker, dat het "endler guppy" geen "gewoon" guppy is maar een aparte soort. Ik zie vaak dat een gupman grote voorkeur heeft voor een gupvrouw, en een endlerman voor een endlervrouw. Hetzelfde geldt voor de vrouwtjes, ook zij hebben voorkeur voor een soortgenoot.

Als de dieren niet kúnnen kiezen dan accepteren ze de vreemde soort meestal wel en zo komen er dus hybriden. Ik schrijf 'meestal' omdat ik ook heb meegemaakt dat endlermannetjes een showgupvrouw absoluut niet leken te herkennen als mogelijke partner en zelfs bang waren voor haar! Ik heb toen veel verschillende endlermannetjes geprobeerd bij dat vrouwtje, maar geen van hen heeft haar bevrucht. Elk van die mannetjes zag haar als mogelijk bedreigend, zeker niet als eventuele partner.

In een ander geval wilde een gupman pas endlervrouwtjes accepteren nadat ik de gupvrouwtjes die in het aquarium naast hem zaten had verhuisd. Zolang die gupvrouwtjes in beeld waren baltste dit mannetje alleen naar de buurvrouwen. Hij negeerde de endlervrouwtjes bij hem in het aquarium volkomen. Guppen kennen en herkennen elkaar. Deze gupman was opgegroeid bij de vrouwtjes die nu zijn buren waren...

Toen ik 5 volwassen endlervrouwen bij DZ Störzbach guppen zette in de laatste week van april, duurde het tot begin juli tot de eerste hybrides geboren werden. De meeste endlervrouwtjes kregen nog drie Yellow Top Sword nesten (door opgeslagen sperma te gebruiken), één endlervrouwtje hield het bij twee endlernesten voordat ze 'overschakelde' op het sperma van de guppen. En één van deze vijf dames heeft haar laatste (endler)jongen gekregen midden juli en sindsdien helemaal geen jongen meer. Ze lijkt nu ook niet drachtig te zijn. Er kan een gezondheids- en/of leeftijdsreden voor zijn, maar ik denk dat zij liever géén jongen heeft, dan jongen van die rare dubbelzwaard-wezens...

Voor ons mensen zijn de verschillen tussen gup- en endlervrouw alleen uiterlijk. Bij een wildtype gupvrouw is het verschil voor ons soms zelfs niet of heel moeilijk te zien; de verschillen met een showguppy vrouw zijn meestal wel heel duidelijk. De dieren zelf gebruiken naast uiterlijk ook andere zaken om een soortgenoot/mogelijke partner te herkennen. Geurkenmerken geproduceerd onder invloed van hormonen, bijvoorbeeld.

Ook zijn er aanwijzingen dat sommige genen zich bij guppen anders manifesteren dan bij endlers (endler hybriden). Een halfzwart gen bijvoorbeeld, dat bij hybriden duidelijk anders uitpakt dan het halfzwart zoals we dat bij guppen kennen. Dimitri Farla kweekte een hybride endlerstam in de grondkleur aziatisch blauw (r2). De invloed van de r2-genen op de hybriden zijn heel anders bij deze hybriden, in vergelijking tot 'gewone' guppy's. Dus, zoals al eerder geschreven, er valt nog heel veel te ontdekken: er wacht weer een volgende puzzel, een nieuwe uitdaging!

Geschreven en gefotografeerd door Karen Koomans.
In opdracht van Leo van der Meer.

donderdag, september 06, 2007

Voorkeur voor symmeterie bij Xiphophorus cortezi.

Voorkeur voor symmetrie bij Xiphophorus cortezi.


Xiphophorus cortezi Rio Axtla.
Xiphophorus cortezi is één van de bekendste zwaarddragers uit het Río Panuco gebied. De soort stelt niet veel eisen, maar ze zijn gevoelig voor vervuiling van het water en een temperatuur die langdurig boven de 24°C is. De maximale lengte van deze visjes is 5 cm. Mijn ervaring is dat de vissen niet oud worden, anderhalf jaar is een respectabele leeftijd voor deze vissen. De mannetjes vormen een territorium en daardoor is er meestal maar één volgroeid exemplaar in het aquarium aanwezig. De overige mannetjes worden in hun groei geremd.


Nog een andere vangplaats X.cortezi.
Pas bij het verwijderen van het dominante mannetje zal een ander volledig uitgroeien. Bij een volgroeid mannetje zijn vooral de hoge rugvin, het korte zwaard en meestal een aantal zwarte banden op het lichaam opvallend. De intensiteit van de kleur van deze banden is afhankelijk van de stemming van het mannetje. De kleurintensiteit speelt een rol bij het lokken van de vrouwtjes en het afschrikken van concurrenten. Bij de balts zwemmen de mannetjes voor het vrouwtje heen en weer, waarbij ze beiden kanten van het lichaam laten zien.

X.cortezi Rio Huchihuacan.
Dit gegeven was voor Morris & Casey een reden om een onderzoek te doen naar dit kenmerk bij de mannetjes van de Cortezzwaarddrager. Niet alle mannetjes hebben dwarsbanden en bij de mannetjes die dit wel hebben varieert het aantal banden sterk met een maximum van wel 10, waarbij er een relatie is tussen lichaamslengte en het aantal. Het aantal dwarsbanden verschilt bij bijna tweederde van de exemplaren per lichaamszijde en deze mannetjes hebben een asymmetrische tekening.

Een groepje jongen X.cortezi.
Eenderde van de mannetjes met dwarsbanden had een symmetrische tekening, dus hetzelfde aantal dwarsbanden op de zijkanten van het lichaam. Om een goed experiment uit te kunnen voeren werd met behulp van vriesbranden het aantal dwarsbanden bij twee mannetjes gelijk gemaakt, waarna er bij één van een lichaamszijde twee werden verwijderd. Doordat het aantal dwarsbanden bij een mannetje kon worden aangepast, kon de invloed van andere kenmerken worden uitgeschakeld en kon worden vastgesteld dat de keuze alleen door het symmetrie in de dwarsbanden werd bepaald. In een speciaal ingericht aquarium werd een vrouwtje vervolgens in de gelegenheid gesteld om haar voorkeur duidelijk te maken.

X.cortezi jonge man.
Alle experimenten die werden uitgevoerd, lieten zien dat de vrouwtjes een voorkeur hebben voor mannen met een gelijk aantal dwarsbanden op beide lichaamszijden. Als een mannetje met gelijk aantal dwarsbanden op beide lichaamszijden werd veranderd in een asymmetrische mannetje had een symmetrisch mannetje de voorkeur van de vrouwtjes. De balts van de Cortezzwaardrager, waarbij in een achtvorm heen en weer wordt gezwommen voor het vrouwtje, biedt haar goed de mogelijkheid om een keus te maken. Deze wijze van balts wordt bijna door alle noordelijke zwaarddragers uit het Río Panuco gebied gebruikt.



Xiphophorus malinche.------------------------- Xiphophorus birchmanni.
Een aantal andere soorten uit dit gebied, zoals Xiphophorus malinche en Xiphophorus birchmanni, hebben ook duidelijke dwarsbanden. De mannetjes van de zuidelijke zwaarddragers, zoals de groene zwaarddrager (Xiphophorus hellerii) en de kommazwaarddrager (Xiphophorus signum) zwemmen tijdens de balts voor- en achteruit voor het vrouwtje langs. Bij deze soorten speelt de lengte van het zwaard een rol bij de keuze van het vrouwtje en door deze balts wordt dit aspect beter zichtbaar. Als andere reden voor deze balts wordt ook wel genoemd dat de vrouwtjes dan minder mogelijkheden tot wegzwemmen hebben.


Volwassen man Rio Axtla.
Voor de vrouwtjes van de Cortezzwaarddrager is symmetrie bij de mannetjes een teken dat ze gezond zijn. Ook lichaamsgrootte, de hoeveelheid dwarsbanden en de kleurintensiteit daarvan zijn voor de vrouwtjes een indicatie voor de gezondheid van de mannetjes. Aangezien bij hybriden de tekening vaak asymmetrisch is, zou symmetrie ook een belangrijk aspect kunnen zijn om mannetjes van de eigen soort te herkennen.
Dat weten we dan ook maar weer. De vrouwtjes zijn dus in ieder geval in staat om verschil te maken tussen asymmetrische en symmetrische mannetjes en kunnen dit snel vaststellen. En dat is toch wel slim voor zo’n klein visje.

Foto`s Leo van der Meer.
Tekst Kees de Jong.
Literartuur:M.R. Morris & K. Casey (1998) Female swordtail fish prefer symmetrical sexual signal. Anim. Behav. (55): 33-39

vrijdag, augustus 31, 2007

Japanse Bleu Wildtype guppy.

Japanese Blue Wildtype guppy.



Dit is een visje dat je nooit meer vergeet als je het eens gezien hebt, het maakt indruk! De mannetjes vallen enorm op door hun neonblauwe achterlijf, dat bij de juiste lichtval wel licht lijkt te geven. Bovendien hebben alle mannetjes een diepzwarte ronde vlek halverwege hun lijf. De vorm en kleurstelling van de staartjes kan verschillen. De staartvin is bescheiden qua formaat, zoals je die bij een wilde gup zou verwachten. Ze hebben vaak zwaardjes aan hun staartvin vergelijkbaar met de zwaardjes van Endler's guppen. Deze kunnen boven- of onderaan de staartvin zitten. Dubbelzwaard komt ook voor. De zwaardjes zijn blauw, geel of rood van kleur omzoomd door een zwart randje. Op de staartvin zijn vaak één of meer zwarte vlekjes te zien op een lichtblauwe ondergrond. De rugvin is kleurloos met soms wat zwart. De borst is gelig of groenig van kleur. Bij sommige visjes loopt er een contrasterende rode streep over de borst. De mannen worden gemiddeld twee centimeter groot.

Het mannetje van de Japanse Bleu Wildtype.
Japanese Blue Wildtype vrouwtjes vallen lang niet zo op als de mannetjes. Ze zijn zilvergrijs van kleur met doorzichtige vinnen. Ze zijn al vruchtbaar als ze een centimeter of twee zijn, maar ze groeien geleidelijk door tot wel vijf centimeter. Als ze die lengte bereikt hebben kunnen ze elke maaand wel tot 25 jongen werpen.Deze guppystam wordt ook wel Venezuela Blue genoemd en niet zonder rede. Deze lijn is ontstaan uit inkruisingen van Japan Blue sierguppen in een stam wilde guppy's uit Venezuela. De helder blauw gekleurde achterlijven van de mannetjes komen van Japan Blue sierguppen. Het wilde uiterlijk komt van de Venezuela-guppen. De Japanese Blue Wildtype is dus geen wilde gup, maar een wildtype gup.
Al met al is het een sterke stam met een goede natuurlijke weerstand. Ze planten zich bovendien gemakkelijk voort. Hierdoor zijn deze visjes geschikt voor elke aquariumliefhebber, van de beginner die iets anders wil dan de standaard guppy's uit de dierenwinkel, tot de gevorderdere aquariaan die gericht wil kweken.


Geschreven door Lidewij.
Foto`s Leo van Der Meer.

Wil je in het bezit komen van deze guppy's of wil je meer weten? Kijk eens naar mijn advertenties. Ik ben moderator op het forum van http://www.punkyfish.nl/ (het gezelligste aquariumforum) en lid van http://www.endlers-r-us.nl/. Mijn profielnaam is op beide sites Liedje

maandag, augustus 13, 2007

Kleur maakt kwetsbaar.

Kleur maakt kwetsbaar.

Een populatie uit Haiti.
De kleur van mannetjesguppen is een indicatie voor hun gezondheid en vrouwtjes prefereren dan ook felgekleurde mannetjes boven minder gekleurde. Nu trekken deze kleuren niet alleen de aandacht van vrouwtjes, voor predatoren vallen ze ook veel meer op en ze zullen dan ook eerder worden opgegeten. Godin & McDonough (2003) geven voor deze constatering een aantal bewijzen:
In populaties guppen in Trinidad die veel door predatoren worden bedreigd, hebben de mannetjes minder felle kleuren dan bij populaties waar dit niet het geval is.
Een populatie uit Trinidad.
Het introduceren van predatoren in een natuurlijke populatie had tot gevolg dat binnen enkele generaties de hoeveelheid en grootte van de kleurpatronen bij guppen afnam.
Het omgekeerde is ook het geval. Guppen die uit een gebied komen waar ze intensief door predatoren worden bejaagd en in een gebied met minder predatoren terecht komen, zijn in enkele generaties fraaier gekleurd.
Onder gekleurde mannetjes is de sterfte hoger dan onder de minder intensief gekleurde vrouwtjes en jongen met een vergelijkbare grootte.


Een populatie uit Tobago.
Om aan te tonen dat fel gekleurde mannetjes een grotere kans maken om door een predator te worden opgegeten, gebruikten Godin & McDonough de blauwe acara cichlide (Aequidens pulcher). Deze vis is net als de snoekcichlide Crnenicichla alta, een natuurlijke vijand van de guppen in Trinidad, In een aantal experimenten, die in verschillende aquaria werden uitgevoerd, gingen de auteurs de voorkeur voor felgekleurde mannetjes van deze predator na.

Een populatie uit Suriname.
De conclusie is dat de favoriete prooi van de blauwe acara fel gekleurde volwassen guppenmannen zijn. Hoewel deze mannetjes dankzij de voorkeur van de vrouwtjes, een grotere kans hebben om zich voort te planten, lopen ze hierdoor ook grotere risico’s om als prooi te dienen.

Een populatie uit Jamaica.
Waarom de voorkeur voor gekleurde mannetjes is ontwikkeld, is niet eenvoudig vast te stellen. Mogelijk heeft deze voorkeur zich in het verleden bij de predatoren ontwikkelt in relatie met de voorkeur van de guppenvrouwtjes of was het een voorkeur die in combinatie met een ander aspect is ontstaan of bevatten gekleurde mannetjes meer voedingsstoffen in de vorm van kleurstoffen.

Een stam uit Brazilie
Hoewel felle kleuren door de vrouwtjes als een indicatie van de gezondheid van hun mogelijke partner worden gezien, maken ze de mannetjes wel kwetsbaarder. Als compensatie hiervoor blijken feller gekleurde mannetjes wel alerter te reageren op mogelijk gevaar en dit gedrag zou tezamen met de voorkeur van de vrouwtjes er toe kunnen leiden dat de onderlinge verschillen in kleuren bij de mannetjes in de natuurlijke populaties blijven bestaan.

Een stam uit venezuala maar toch geen endler.
Het Cumanna guppy (zwarte Endler.)
Tekst Kees de Jong.
Foto`s Leo van der Meer.

Het beruchte Japan Bleu guppy van Lidewij.


Literatuur:J.-G. J. Godin & H.E. McDonough 2003. Predator preference for brightly colored males in the guppy: a viability cost for a sexually selected trait. Behavioral Ecology Vol. 14 No. 2: 194-200

woensdag, augustus 01, 2007

Rob Starmans ,vertelt zijn verhaal.

Herstart van mijn vissenhobby,endlers.













Endler guppy nu Poecilia wingei.
Eerst maar even voorstellen, Rob Starmans, in 1953 geboren in het Limburgse.
Als 4 jarig joch in de weer met uit het nest gevallen mussen en dergelijk.
Later potjes met salamanders, kikkerdril, water-insekten, noem maar op.



Yellow top Sword Endler.
Eerste bak samen met een vriendje toen we 12 jaar waren.
Bakje van 40 cm. aan het hoofdeinde van het bed.
Uren konden we kijken naar de gedragingen van de gupjes en Kuhli’s.
Dat heeft maar twee jaar geduurd, daarna studie, werkkring, huwelijk etc.



K klasse Endler.
Rond 1990 gestart in de kelder met Malawi-cichliden.
Flinke twee meter bak, plus diverse bakjes van 80 tot en met 120 cm.
Kweken ging totaal zonder problemen, zijn zowat levendbarend, jongen komen echter aan de voorkant naar buiten. Logisch gevolg bij muilbroeders.
Na twee jaar echter speelde de factor tijd een verstorende rol.
Kwam dus niet verder dan snel enige malen per dag de vissen voeren.
Geen tijd meer om dagelijks enkele uurtjes te observeren.
Heb met pijn in mijn hart van de visjes afscheid genomen, niet van de bakken.
Ben ik even blij dat ik die heb laten staan.



Yellow Top Sword Endler.
Afgelopen jaar was ik zoekende naar geschikte huisdieren voor mij.
Vissen was wel logisch, enkel welke?
Wat is internet een uitkomst, elke vis kun je er wel vinden.
Ben uitgekomen bij endlers, klein genoeg, levendig genoeg, gekleurd genoeg en gevraagd.
Dan begint de zoektocht, natuurlijk via internet, marktplaats is gemakkelijk.



Poecilia wingei of Endler guppy.
Kom echter uit in Amsterdam, bij een meneer van Poecilia.
Wat heen en weer gemaild, en jawel, Leo van der Meer heeft weer een lid gestrikt.
Bakje opgezet, wat grind, wat gratis plantjes, laat maar staan tot de visjes komen.
Heerlen- Amsterdam moet je toch een beetje plannen.
Na 14 dagen is het dan zover, naar Leo, visjes halen.
Heb mijn ogen goed de kost gegeven, stelen doe je met de ogen.
Kreeg flinke kweekportie endlers en tropische infusie mee, alsmede veel goede tips.



K Klasse Endler.
Inmiddels ook de site van ERU ontdekt, speciaal gericht op de endler.
De Amerikaanse en Engelse fanaten hebben zelfs een programma opgezet om de soort voor uitsterven te behoeden.
Enkele gelukkigen in Florida kunnen hun tropische vissen het hele jaar in hun vijvers houden.
Daar zwemmen dus honderdduizenden endlers, oorspronkelijk uit de eendenlagune van Venezuela.
Heb gelezen dat er veel gekruist is met endlers en guppen, veel onzuivere endlers in omloop.
Gezien de herkomst van Leo zijn endlers en de konstante vererving durf ik inmiddels te stellen dat deze wel zuiver zijn.



Koppel Poecilia Wingei,Endler.
Ik heb zelf wat geëxperimenteerd met kruisen, is me gebleken dat sommige kruisingen niet zijn te onderscheiden van zuivere endlers.
Enkel door er mee door te kweken, kun je er achter komen.
Kweken doen de endlers, welke ik van Leo heb, heel gemakkelijk.



K, Klasse Endler.
Binnen 4 maanden is hun aantal verviervoudigd.
De bak wordt wat drukker en ik zie vrijwel geen jonkies.
In een bakje ernaast met twee mannen en 4 vrouwen, massa’s jongen.
Interessant om eens te onderzoeken.
Zeker, omdat als de jongen in die bak vrijwel volwassen zijn, de bak dus drukker is, vrijwel geen jonkies, althans ik zie er telkens maar een stuk of drie.
Tijd dus om eens wat uit te proberen.



Top Green Sword Endler.
Ik kan van een ERU lid een mannetje center peacock krijgen.
Is nakweek van import van Adrian uit Florida, Swampriversaquatics.
Deze gaat 17-8-06 samen met twee vrouwtjes black bar van de kweekstam van Leo.
Eerste week enkele jonkies uitgevangen, één maal drie en één maal vier.
Daarna duurt het enkele weekjes en jawel, twee behoorlijke worpen.
Inmiddels begin december zijn dit er dik zestig stuks.
En jawel hoor, minder jongen nu.
Ik heb het vermoeden dat ze worden opgegeten.
Medebewoners in dit 60er bakje slechts enkele vuurgarnaaltjes.
Daarvan denk ik niet dat ze endlerjongen aankunnen.
Wordt dus een proefje zonder andere medebewoners, teneinde dat uit te sluiten.



Een zelf gecreerd filegraan endler guppy.
Ook interessant is de vererving van deze paring, center peacock met black bar.
De center peacock heeft een zwarte punt in het midden van de groene staartwortel.
Verschillende jonge mannen tonen deze zelfs mooier dan hun vader.
Zeker de moeite waard dit probeersel voort te zetten.



Top Green Sword Endler.
Inmiddels zwemt de volgende variëteit in een bakje, top green sword.
Ook nakweek van visjes uit Florida.
Verzameld door Armando Pou in 2004, Laguna de los Patos, North Lake.
Zeker interessant om te zijner tijd eens paringen te doen met andere endlervariëteit.

Waarvan ik zeker verslag zal doen.





Geschreven door Rob Starmans.

Foto`s Leo van der Meer.