Tekst Leo van der Meer.
Foto`s Marjolein van Vliet.
Tekst Leo van der Meer.
Foto`s Marjolein van Vliet.

Nu gaat alle aandacht natuurlijk niet naar Darwin uit omdat er enkele levendbarende visjes tijdens een door hem gemaakte reis zijn gevonden. Zijn belangrijkste werk is het in 1859 verschenen On the Origin of Species. Hierin ontvouwde hij zijn ideeën ten aanzien van de evolutietheorie, waarbij de nadruk lag op natuurlijke selectie. Natuurlijke selectie houdt in dat organismen die beter in hun omgeving passen, meer kans hebben om te overleven en voor nakomelingen te zorgen dan minder goed aangepaste organismen. Hierdoor zal het type van het best aangepaste organisme beter overleven en steeds meer de overhand nemen in de populatie ("survival of the fittest").




















▪
Foto boven: de bewuste foto Yellow Top Sword Endler.
Sinds 2006 woon ik samen met mijn vriendin, en staat er een mooi aquarium in onze woonkamer. In het begin zwommen hierin enkele leuke guppen. Maar gezien mijn voorkeur voor kleinere vissoorten, kwam ik al snel uit op Endlers. En onder andere via deze site` http://leo-aquarium.blogspot.com/ (kijk ook eens terug op mijn Blog Januarie 2007) en enkele fora over deze levendbarenden raakte ik helemaal verkocht. In juni 2006 heb ik daarom een groepje Yellow Top Sword Endlers opgehaald bij Robert Starmans, een prachtig gekleurd visje.
Foto boven: man Lime Green Endler.(janco de Jong).
Volledig gebiologeerd door ‘guppengenetica’ slibde onze woonkamer al snel vol met plastic bakjes, kommetjes en aquaria, met een grote verscheidenheid aan kruisingen tussen guppen en Endlers. Een hele leuke bezigheid, maar onder (lichte) dwang van mijn vriendin heb ik de hele boel verkocht, en besloten het bij twee aquaria te houden. Maar dan wilde ik wel een speciaal visje gaan houden.
In Maart 2008 las ik voor het eerst over de Lime Green Endler, een creatie van AdrianHD, gebaseerd op selectieve lijnkweek. Deze soort was op dat moment nog niet in Nederland, en ik besloot contact op te nemen met Adrian. In eerste instantie had hij de visjes niet op voorraad. Ik moest wachten tot augustus 2008, alvorens ik benaderd werd door Adrian dat ik boven aan de wachtlijst stond.
In september kreeg ik de bevestiging dat ze verscheept zouden worden. Normaal gesproken zouden ze binnen vijf werkdagen afgeleverd worden. Helaas zou het dit keer anders zijn!
Binnen twee dagen stond het pakketje op London Heathrow, waar ze volgens mij niks te zoeken hadden. Tot mijn grotere verbazing werd het pakketje doorgestuurd naar Kopenhagen. Ondertussen had ik al contact opgenomen met Adrian, die me geruststelde, wanneer de visjes niet levend zouden aankomen, zou hij tegen verzendkosten nieuwe vissen opsturen.
Spijtig genoeg arriveerde mijn pakketje vier weken te laat, en waren tien van de twaalf visjes overleden. Gelukkig waren de overlevenden twee vrouwen, al waren ze sterk vermagerd en verzwakt.
Een maand later werd een nieuw pakketje afgeleverd door TNT, dit keer op tijd. Helaas waren de weersomstandigheden eind oktober sterk verslechterd, en wederom waren er doden te betreuren. Een wijze les om geen tropische visjes te verschepen wanneer het kwik onder de 18 graden duikt.
Gelukkig hadden drie van de zes paartjes de tocht dit keer overleefd. Mn kweekgroepje settelde zich snel in mijn speciaal ingerichte Aqua40, en begonnen zich op rap tempo voort te planten.
Foto boven:Yellow Top Sword Endler.(Marco Hamerslag).
Twee mannetjes werden overgezet in mijn meterbak, samen met mijn oude kweekgroep YTS Endlers, die in de Aqua40 plaats hadden moeten maken voor de Limes.

Foto boven:volwassen koppel Lime Green Endler.(Janco de Jong).
Lime Endlers zijn net iets anders dan gewone Endlers, vanwege hun groene dekkleur. Zeker wanneer de mannetjes de vrouwtjes proberen te imponeren, vertonen de visjes een heldere lime-groene gloed, te vergelijken met het blauw van een Jap Blue gup.
Foto boven: een schitterende man Lime Green Endler.
Intussen is de groep behoorlijk gegroeid, en zijn er opmerkelijke verschillen te ontwaren onder de nakomelingen. De lime-green Endler vererft namelijk nog niet 100%. Al lijkt het merendeel van de mannen op de hier vertoonde foto’s, in mijn bakken zwemmen enkele prachtige varianten. Zo is de grootte van de blackbar Endler variabel, maar ook de hoeveelheid aan oranje vlekken op het lichaam (dit verschil is zelfs tussen de twee mannetjes op onderstaande foto te zien). Sommigen hebben een extra zwarte stop net onder hun bovenvinnetje, en een enkeling heeft een klein oranje bovenzwaardje. Gezien het gebrek aan capaciteit, probeer ik de visjes richting compleet groen te kweken, door selectief mannetjes bij mijn vrouwen te zetten. Ik hoop dat andere hobbyisten, die ik afgelopen tijd bij mij thuis heb mogen ontvangen, deze varianten wel tot bloei kunnen laten komen.
Foto Boven: twee volwassen mannen Lime Green Endler.
In mijn meterbak zwemmen een 50-tal Limes, samen met de achtergebleven YTS-vrouwen, en sinds kort enkele andere Endler varianten, met dank aan Leo! Ik ben zeer benieuwd hoe deze groep zich gaat ontwikkelen. En, ach, misschien komen er binnenkort wel weer nieuwe bakjes, kommetjes en aquariums om hier iets leuks mee te doen.
Het Poeciliopsis gracilis-complex en een nieuwe soort uit Costa Rica,.
Poeciliopsis santaelena Bussing 2008.

Jarenlang werd de in 1963 door Rosen & Bailey (1963) opgestelde indeling als de juiste indeling gezien. Zij beschouwden een aantal gevlekte Poeciliopsis-soorten als synoniemen van P. gracilis. De laatste jaren is er onderzoek naar de Poeciliopsis-soorten met de zwarte vlekken gedaan. Het resultaat hier van is dat er meer soorten erkend zijn. Een aantal is niet langer een synoniem van P. gracilis meer. Er is zelfs sprake van een P. gracilis-complex, waarin een aantal nauw verwante soorten zijn ondergebracht (Bussing 2008, Mateos et al. 2002).
Over welke soorten nu precies tot dit complex behoren, zijn de meningen verdeeld. Ook het aantal soorten is nog onderwerp van discussie. Sommige auteurs accepteren een vis als zelfstandige soort, terwijl anderen deze nog als synoniem beschouwen, omdat er in hun ogen niet genoeg redenen zijn om te spreken van een zelfstandige soort.
Hieronder noem ik de soorten die volgens de mij beschikbare informatie tot het P. gracilis-complex behoren. Voor meer informatie verwijs ik naar de genoemde literatuur.
Het gaat om de volgende soorten:
Poeciliopsis gracilis. Het verspreidingsgebied van deze soort beperkt zich tot de Atlantische kant van Mexico, van de staat Veracruz tot aan het Río Coatzacoalcos stroomgebeid in Oaxaca. De status van deze soort wordt door niemand betwist.
Poeciliopsis pleurospilus (Günther, 1866). Deze lijken qua uiterlijk erg op P. gracilis en zijn afkomstig van de Pacifische kust (Miller 2005). Mateos et al. waren niet op de hoogte van de aparte status van deze soort en sluiten zich aan bij Rosen & Bailey, die de soort als een synoniem van P. gracilis zien. P. pleurospilus heeft een groot verspreidingsgebied dat van zuidelijk Mexico tot aan Honduras, waarbij ze in Nicaragua aan zowel de Atlantische als Pacifische kant van het land voorkomt. Op het lichaam heeft deze soort een aantal vlekken. De vorm en tekening hiervan varieert per locatie.
Poeciliopsis catemaco (Miller, 1975). Deze soort heeft zich tussen de 0,75 en 1,5 miljoen jaar afgesplitst van P. gracilis (Mateos et al. 2002) en is hieraan nauw verwant. Komt alleen in het Catemaco-meer in de Mexicaanse staat Veracruz voor.
Poeciliopsis lutzi (Meek, 1904). Over deze soort zijn de meningen verdeeld. De soort is in 1986 door Meyer et al. uit de synonymiesering gehaald. In de Mergus Aquarien Atlas 4 (1995) is een foto zichtbaar van de soort. Mateos et al. geven aan dat Meyer et al. geen argumentatie geven voor het als zelfstandig beschouwen van deze soort. Miller noemt deze soort niet. Bussing ziet het wel als een zelfstandige soort. Afkomstig uit de aan de Atlantische zijde van Mexico gelegen Río Quiotepec (Oaxaca).
Poeciliopsis hnilickai Meyer & Vogel, 1981. Volgens Mateos et al. behoort deze soort tot het P. gracilis-complex. De andere auteurs noemen deze soort niet als soort in dit complex. Afkomstig van de Atlantische kant uit de bovenloop van de Río Grijalva (Chiapas, Mexico en Huehuetenango, Guatemala).
Poeciliopsis sp. Miller noemt nog een soort die afwijkt van de hierboven genoemde soorten, maar die nog niet beschreven is. Deze soort is afkomstig uit het Río Verde stroomgebied in Oaxaca (Mexico).
Poeciliopsis letonai (Hildebrand, 1925). Afkomstig uit de Río San Miguel, San Miguel, El Salvador. Volgens Bussing moet deze vis als een zelfstandige soort worden gezien.
Poeciliopsis santaelena Bussing, 2008. De meest recent beschreven soort in dit complex, wordt alleen gevonden in de Río Potrero Grande op het in het noordwesten van Costa Rica gelegen schiereiland Santa Elena, waarnaar de vis is genoemd. De soort heeft geen vlekken of enige andere tekening op het lichaam. De bovenkant van het lichaam is grijs, de buikzijde is lichter. De vinnen zijn vrijwel kleurloos.

Met bovenstaande lijkt de het P. gracilis-complex beschreven, want op basis van de mij bekende literatuur zijn de verschillende visies bij elkaar gebracht. Zoals vaker blijkt alles niet zo eenvoudig. Bussing geeft aan dat de Heckel in 1848 niet een visje met zwarte vlekken op het lichaam beschreef, maar een vis met een donkere lengtestreep. Van vlekken was geen sprake. Ook de afbeelding bij de beschrijving van Heckel laat een andere vis zien dan de P. gracilis zoals we die heden ten dage kennen.

.bmp)


