Foto boven: Gambusia holbrooki.In dit stukje staan artikelen over zowel het dwergtandkarpertje Heterandria formosa als het muskietenvisje Gambusia holbrooki. Deze twee soorten behoren tot de bekendste levendbarende tandkarpers maar over beiden bestaat een nogal verschillend beeld. Het dwergtandkarpertje behoort tot de kleinste levendbarende tandkarpers en is een zeer vredelievend visje. Er wordt liefkozend gesproken over “klein maar dapper”. Hoe anders is het beeld van het muskietenvisje. Het heeft de naam agressief te zijn en niet geschikt om in het aquarium samen te houden met andere vissen. Langvinnige vissen worden door deze soort gekortwiekt en Gambusia holbrooki wordt dan ook wel een vinnenbijter genoemd. Het muskietenvisje is tegenwoordig dankzij de mens een echte cosmopoliet en wordt over de hele wereld aangetroffen. Hoofddoel van de verspreiding van deze soort is het bestrijden van muggen, aangezien muggenlarven een belangrijk onderdeel van het voedsel vormen.. De soort heeft het echter ook voorzien op de jongen van oorspronkelijk in het gebied aanwezige soorten en draagt er aan bij dat deze uitsterven van de plaatselijke fauna. Hij wordt dan ook wel de ‘vismoordenaar’ genoemd (Pyke 2005).
Foto boven: Heterandria formosa man. In de eerste plaats is gekeken naar het voedsel dat de soorten eten. Het blijkt dat het dwergtandkarpertje vooral zooplankton eet. Dit voedsel wordt ook door kleinere muskietenvisjes gegeten, maar de volwassen exemplaren eten vooral kleinere waterinsecten, muggenlarven en kleine visjes. Vooral door de voorkeur voor kleine visjes vormt de grotere muskietenvis niet alleen een bedreiging voor de jongen maar ook voor de slechts 1,5 cm groot wordende mannetjes van het dwergtandkarpertje. In de natuur blijkt dan ook dat het muskietenvisje een grote invloed heeft op de populatie van het dwergtandkarpertje. Als de soorten samen voorkomen blijken er veel minder kleine exemplaren van het dwergtandkarpertje voor te komen en blijkt het aantal grote vrouwtjes veel groter te zijn dan wanneer er geen muskietenvisjes aanwezig zijn. Het muskietenvisje bepaalt dus in grote mate de samenstelling van de aanwezige populatie dwergtandkarpertjes. Het omgekeerde is niet het geval, volgroeide dwergtandkarpertjes eten geen jonge muskietenvisjes.
Het dwergtandkarpertje houdt zich meer tussen de planten op dan de en mede daardoor overleven voldoende exemplaren om de soort niet te laten verdwijnen. Maar het wel zeker zo dat wanneer het muskietenvisje aanwezig is als predator, het aantal dwergtandkarpertjes veel kleiner is.
Foto boven: twee vrouwelijke Heterandria formosa gold en dark.In de natuur heeft het muskietenvisje ook een groot aantal vijanden, ze staat zeker niet bovenaan in de voedselketen. Het blijkt dat vooral de aanwezigheid van reigers een grote invloed heeft op de populatie (Britton & Moser 1982). De reigers hebben een voorkeur voor de grotere exemplaren, die hebben de meeste voedingswaarde. Het gaat dan om de vrouwtjes die veel groter worden dan de mannetjes. Op plaatsen waar veel reigers voorkomen, worden veel minder vrouwtjes aangetroffen. In extreme gevallen is er zelfs sprake van een verhouding van 38 mannetjes op 1 vrouwtje. De populaties weten zich weer te herstellen doordat vanuit de plaatsen waar de reigers niet actief zijn de vrouwtjes zich weer verspreiden en de soort zich op die wijze weer kan voortplanten.
Literatuur:
M.C. Belk & C. Lydaerd (1994) Effect of Gambusia holbrooki on a similar sized, syntopic poeciliid, Heterandria formosa: competitor or predator? Copeia (2):296-302.R. H. Britton & M.E. Moser (1982) Size specific predation by herons and its effect on the sex-ratio of natural populations of the mosquito fish Gambusia affinis Baird and Girard. Oecologica (2): 146-151

Nu gaat alle aandacht natuurlijk niet naar Darwin uit omdat er enkele levendbarende visjes tijdens een door hem gemaakte reis zijn gevonden. Zijn belangrijkste werk is het in 1859 verschenen On the Origin of Species. Hierin ontvouwde hij zijn ideeën ten aanzien van de evolutietheorie, waarbij de nadruk lag op natuurlijke selectie. Natuurlijke selectie houdt in dat organismen die beter in hun omgeving passen, meer kans hebben om te overleven en voor nakomelingen te zorgen dan minder goed aangepaste organismen. Hierdoor zal het type van het best aangepaste organisme beter overleven en steeds meer de overhand nemen in de populatie ("survival of the fittest").































.bmp)
.bmp)








